Slachtoffers tyfoon boos op regering: "Erger dan de hel"
Heel wat Filippijnse slachtoffers van de tyfoon Haiyan trekken naar de stad Tacloban omdat dit hun beste kans is om voeding en drinken te vinden. De slachtoffers spreken van een schande en zijn boos op de regering wegens het traag op gang komen van de hulpverlening na de doortocht van de tyfoon Haiyan die er een ravage achterliet.
De slachtoffers in de omgeving van Tacloban zijn wanhopig op zoek naar basismiddelen om te overleven. In deze regio is de ravage het grootst, want de tyfoon heeft hier het hardst toegeslagen. Veel plattelandsbewoners zijn naar de stad getrokken in de hoop er toch wat elementaire noodhulp te krijgen nadat hun huizen verwoest werden door de tyfoon. De slachtoffers zijn heel boos, aldus de Amerikaanse nieuwszender CNN die ter plaatse is. Ze vinden dat de reactie van de overheid te traag is.
Aan de landingsbaan, zo een 15 kilometer buiten het stadscentrum is er wel wat eten en drinken te verkrijgen. De mensen moeten er echter van 's ochtends vroeg aanschuiven om pas 's avonds een klein beetje voeding en wat water te krijgen waarmee kunnen overleven. Maar door de omgevallen bomen en ander puin is het centrum niet te bereiken, ook is er een elektriciteitspanne en het telefoonverkeer ligt ook plat. Momenteel worden winkels en huizen er leeggeroofd wordt door wanhopige slachtoffers.
Een vrouw zei aan de nieuwsploeg dat deze situatie erger is dan in de hel te zitten en dat het wachten op hulp een echte kwelling is. Het leger en de hulpverleners menen dat het vanaf vandaag zal beteren en dat ze de situatie nu snel onder controle zullen krijgen.
"Dochters uit armen gerukt"
Marvin Isanan vertelde op zijn beurt hoe zijn dochters van 8 en 13 jaar door de kracht van de storm uit zijn armen werden gerukt. Hij en zijn vrouw Loretta vonden hun lichamen later terug. "Alleen de oudste van 15 jaar wordt nog vermist. Ik hoop dat ze nog leeft", zei hij door zijn tranen heen aan CNN.
Een andere vrouw vertelde hoe ze ontsnapte door op het dak te klimmen. Vanaf daar zag ze de lichamen voorbij stromen in het water om haar heen. Veel lichamen hangen in bomen, gebouwen of liggen op de stoep. "Op weg naar het vliegveld zagen we veel lichamen op straat," verklaarde ooggetuige Mila Ward (53), een Australische die geboren is op de Filipijnen. "Ze waren bedekt met spullen, karton of een dak. We zagen er meer dan 100."
"De laatste keer dat ik zoiets heb gezien was na de tsunami van 2004, die indertijd de landen aan de Indische Oceaan trof", liet Sebastian Rhodes Stampa, een medewerker van een VN-hulporganisatie eerder al weten toen hij de ravage met eigen ogen zag.