Verbannen Krim-president naar schiereiland teruggekeerd
Goed tweeënhalf jaar na zijn verbanning is de (pro-)Russische ex-president van de Krim, Joeri Mesjkov, naar het schiereiland teruggekeerd. Zo kan hij er zondag aan het onafhankelijkheidsreferendum deelnemen. Bij zijn aankomst vandaag in de hoofdstad Simferopol zei Mesjkov bereid te zijn zijn vroegere ambt weer op te nemen.
In juli 2011 had Mesjkov opgeroepen tot een volksraadpleging over het statuut van de Krim. Een Oekraïense rechtbank besloot daarop de president voor vijf jaar uit de Krim te verbannen wegens "separatistisch" gedrag.
Mesjkov riep de burgers op voor een toetreding tot de Russische Federatie te stemmen.
De nu 68-jarige politicus won in 1994 de allereerste presidentsverkiezing op het vooral door Russen bewoonde, geostrategisch uiterst belangrijke schiereiland. Ook toen ijverde hij voor meer autonomie, wat hem in 1995 op een verbanning naar Rusland te staan kwam. Voor de meeste Krim-bewoners is Mesjkov nog steeds de rechtmatige president.
Nationale garde
Het Oekraïense eenkamerparlement, de Verhovna Rada (Hoge Raad), heeft vandaag ook de oprichting goedgekeurd van een 'nationale garde', die tot 60.000 eenheden kan tellen. De oprichting hangt samen met de door Kiev beleden "vrees" voor Russische militaire bemoeienissen in het Russischtalige oosten van het land. Het wetsontwerp werd door het rompparlement goedgekeurd met 262 stemmen tegen nul. Voor de machtsovername in Kiev telde het parlement 450 afgevaardigden.
De "nationale garde" zal onder de bevoegdheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken vallen en zal samengesteld worden uit hoofdzakelijk vrijwilligers afkomstig van de 'zelfverdedigingsgroepen' die actief waren op het Maidan-plein. Onder die groepen waren ook heel wat milities van extreemrechtse bewegingen of partijen als Pravy Sektor, Svoboda en UNA-UNSO.
De Garde wordt belast met binnenlandse veiligheid, grensbewaking en de "strijd tegen het terrorisme". Zij kunnen ook het leger bijstaan. Dat bestaat uit 130.000 manschappen, van wie de helft dienstplichtigen.
Nu al zouden 40.000 vrijwilligers zich voor de Garde hebben opgegeven.