Waarom Rusland deze keer niet inzet op een massale cyberoorlog met Oekraïne
Internet- en telefonieproblemen op de Krim, een 'denial-of-service'-aanval op een Oekraïense Defensiedienst, een virus dat circuleert bij andere overheidsdiensten: ja, Rusland laat zich ook op het cyberslagveld niet onbetuigd in Oekraïne. Maar toch stelt de huidige tactiek nauwelijks iets voor in vergelijking met de massale cyberaanvallen op Estland en Georgië in 2007 en 2008. Of is dat maar een indruk?
Pas een kleine week geleden doken de eerste (doch langverwachte) berichten op over 'denial-of-service'-aanvallen in Oekraïne, met name op de Raad voor Nationale Veiligheid en Defensie. Voordien was enkel geweten dat Russische troepen een belangrijk internetknooppunt op de Krim fysiek hadden ingenomen.
Voor het overige zijn er wel hacks van websites en smartphones van pro-Europese Oekraïense politici en organisaties, maar die zijn vooral het werk van een losse groepering die zich CyberBerkut noemt. De naam Berkut verwijst naar de politie-eenheid van president Janoekovitsj die de opstand in Kiev zo bloedig neersloeg.
Informatieoorlog
Naar Ruslands normen is dat maar een povere cyberoorlog, zo zeggen specialisten. "Als Rusland echt een vernietigende klap had willen uitdelen, zou dat zeker gelukt zijn", zegt John Bumgarner, die werkt voor de adviesorganisatie U.S. Cyber Consequences Unit, aan BusinessWeek. Zeker als je terugkijkt naar wat er in Georgië gebeurde in 2008, toen Rusland militair ingreep in Zuid-Ossetië. Toen werden tientallen websites van oppositieorganisaties offline gehaald én gehouden door Rusland. Een jaar eerder legde Rusland de zowat volledige Estse overheid, banksector en mediawereld plat, na de omstreden verplaatsing van de Bronzen Soldaat van Tallinn, een monument met oorlogsgraven uit het Sovjettijdperk.
Securitykenners lijken ook van mening te verschillen over wat nog volgen zal. Jason Healey, onder Bush nog cybersecuritydirecteur van het Witte Huis, verwacht een "aanhoudende escalatie" van de cyberaanvallen. Maar Keir Giles, expert in securitykwesties rond Rusland, denkt dat we momenteel getuige zijn van een andere tactiek dan in Georgië en Estland. Volgens Giles gaat het hier niet om een cyberoorlog, wel om een informatieoorlog. "Rusland heeft duidelijk lessen geleerd uit het gewapende conflict in 2008. Toen was één van de zwaarste punten van kritiek achteraf dat Rusland slecht had gepresteerd op vlak van informatieoorlogsvoering, in het bijzonder in het domineren van de toon in de media." Bovendien lijkt ook het besef gerezen te zijn dat massale aanvallen ook 'collateral damage' veroorzaken, waardoor ze Ruslandgezinde burgers zouden kunnen afschrikken.
Lees verder onder foto
Als Rusland echt een vernietigende klap had willen uitdelen, zou dat zeker gelukt zijn.
Snake
Dat het nu anders loopt, bewijzen kleinere incidenten, aldus Giles. Zo meldden Russische media begin maart dat de ultrarechtse Oekraïense oppositieleider Dmitro Jarosj via sociale media de hulp inriep van de Tsjetjeense islamist Dokoe Oemarov, om Rusland aan te vallen. Jarosj beweerde dat hij dat nooit gezegd had en dat zijn account gehackt was. Als dat echt het geval was, zou dat een bewijs kunnen zijn van de andere aanpak van Rusland: niet het technisch saboteren van internetmiddelen, maar ze inzetten voor het eigen goed.
Nog zo'n voorbeeld: de berichten over de malware Snake bij Oekraïense overheidsdiensten, een virus waar zelfs het Pentagon het moeilijk mee had, dateren dan wel van voor het conflict, de meeste experts zien er wel degelijk een Russische oorsprong in. In dat opzicht zou Snake geen gevolg van het conflict zijn, maar wel een 'voorbereiding op' de huidige toestand. Beschouw het als een soort spionage om inzicht te krijgen in de tactieken van de 'vijandige mogendheid'.
Straaljagers
Doen Oekraïne of haar bondgenoten dan zelf niks terug in cyberspace? Vermoedelijk wel, al is de schaal veel beperkter. Zo dook er een paar dagen leden een bericht op dat bestanden van de Indiase luchtmacht gecompromitteerd waren door cyberinbrekers. Het ging om documenten met informatie over Russische straaljagers. Hoewel de oorsprong van de aanvallen onduidelijk is, bewijzen ze wel dat er ook van de andere zijde rondgeneusd wordt.
Conclusie: de stilte op het cyberoorlogsfront is alleen maar schijn. Of zoals Giles het verwoordt: "De reden voor de relatieve cyberrust in de huidige crisis zou kunnen betekenen dat het Russische instrumentarium stilaan zo gesofisticeerd en precies is dat een massaal cyberbombardement zelfs niet meer nodig is."
De reden voor de relatieve cyberrust in de huidige crisis zou kunnen betekenen dat het Russische instrumentarium stilaan zo gesofisticeerd en precies is dat een massaal cyberbombardement zelfs niet meer nodig is.