Waarom Libië wel en Bahrein niet?
De macht van de Saoedische olie en de soennitische solidariteit tegen het sjiitische Iran hebben ertoe geleid dat de Arabische Golfstaten de ogen sluiten voor de repressie in Bahrein maar luid protesteren tegen het neerslaan van de Libische regeringsopstand, zeggen analisten.
"Niemand heeft er belang bij om zich vijandig op te stellen tegenover Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Zowel het Westen als de Arabische staten hebben hun olie en hun enorme financiële middelen nodig", aldus Bourhane Ghalioune, directeur van het Centrum voor Arabische Studies aan de Sorbonne.
Op 14 maart stuurde Saoedi-Arabië troepen naar Bahrein om het regime van al-Khalifa te ondersteunen. Twee dagen later waren de demonstranten die al een maand in de hoofdstad Manama kampeerden verjaagd. Libië moest niet op steun rekenen. "Voor Ryad is de situatie in buurland Bahrein van groter belang dan de geallieerde militaire interventie in Libië, daarbij komt dat de relatie tussen de Golfstaten en Kadhafi al lange tijd verzuurd waren", zei Ghalioune.
Maar volgens de Irakese analist Ibrahim al-Sumaidaie is het voornamelijk de strijd tussen soennieten en sjiitien die bepalend is geweest in de koehandel tussen Bahrein en Libië. Hoewel Bahrein al meer dan 200 jaar wordt geregeerd door een soennitische heerser, is 70 procent van de bevolking sjiiet. Het gevaar dat Iran de opstandelingen zou steunen en zo haar invloed in de Golf zou uitbreiden was voldoende reden voor Saoedi-Arabië om te mobiliseren. Ongeveer de helft van de oliereserves zijn in handen van de Golfstaten. (belga/kve)