Wapenstilstand in Syrië voor derde dag op rij geschonden
Troepen van de Syrische president Bashar al-Assad en rebellen van de oppositie hebben voor de derde opeenvolgende dag de wapenstilstand geschonden. Die werd door de VN geregeld en is officieel sinds donderdag van kracht.
Volgens de Lokale Coördinatiecomités zijn vandaag in heel Syrië twintig mensen gedood. Sinds vrijdag zouden de regeringstroepen zelfs 81 keer het bestand met voeten hebben getreden.
De meeste doden vielen in de centrale, opstandige provincie Homs. Er is sprake van bombardementen door regeringstroepen waarbij 11 mensen zijn omgekomen. "De regio al-Qusayr werd vandaag beschoten", bevestigt een activist. De regering van president Bashar al-Assad heeft bijkomende troepen naar het gebied gestuurd.
Daarnaast had de Syrische staatstelevisie het ook over "geweld van terroristen" in de stad Alep. Volgens het Observatorium voor de Mensenrechten hebben regeringstroepen daar vier mensen gedood.
In totaal spreekt het Observatorium over minstens twaalf doden. Daardoor is vandaag meteen de bloedigste dag sinds de wapenstilstand inging.
Volgens de Amerikaanse VN-ambassadrice Susan Rice doen de heropflakkering van het geweld en de bombardementen in Homs "opnieuw ernstig twijfelen aan de wil van het regime" om het bestand te eerbiedigen.