Niet wachten op opdrogen oliebronnen om in groene stroom te investeren
Er is de afgelopen tijd al veel te doen geweest om de gevaren en problemen van kernenergie, niet in het minst door de (voorlopige?) sluiting van de kerncentrales Doel 3 en Tihange 2. Daarom brengen wij een reeks artikels over het belang van groene stroom voor de toekomst, en welke landen koploper zijn in het groene verhaal.
We zullen in de komende dagen nog enkele redenen presenteren waarom we in groene stroom moeten investeren, maar de belangrijkste is misschien wel het nakende einde van het olietijdperk. De huidige generatie ziet nu al de gevolgen van het spelletje van vraag en aanbod, denk maar aan de stijgende prijzen, en toch blijft ook nu nog het dagelijkse gebruik stijgen. Intussen gebruiken we dagelijks zo'n 90 miljoen vaten olie -in een vat kan iets meer dan 159 liter. Op jaarbasis is dat dus goed voor bijna 33 miljard vaten, ofwel 5.250 miljard liter. In totaliteit hebben we nu al meer dan een biljoen vaten gebruikt.
Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zal de wereldwijde vraag naar olie nog tot 2035 blijven toenemen. Die stijging is vooral toe te schrijven aan de explosieve groei van landen zoals India en China, en verschillende landen in het Midden-Oosten. In de zogenaamde OESO-landen -waartoe West-Europa, Noord-Amerika en Australië behoort- is er door de economische crisis zelfs een kleine daling in de vraag te merken.
Oude bronnen
Sinds de jaren '90 wordt er steeds minder olie gevonden die op een conventionele manier kan worden opgepompt. Voorlopig is er nog voldoende aanbod om aan de vraag te voldoen, maar de vraag is hoe lang nog? Zo komt 3 procent van het wereldwijde gebruik uit een bron van 70 jaar oud, en nog eens vijf procent uit een bron van 57 jaar oud. Ook de productie in de Noordzee (ontdekt in 1963) daalt de laatste jaren sterk, en het wordt ook steeds moeilijker en kostelijker om olie te halen uit de gigantische bron van Prudhoe Bay in Alaska.
Momenteel kan er nog meer olie opgepompt worden dan er gevraagd wordt. Tijdens de volksopstand in Libië bijvoorbeeld, toen viel de olie-export van het land bijna volledig stil. Saoedi-Arabië, met 11 miljoen vaten per dag de grootste producent, heeft ter compensatie zijn productie opgedreven met 700.000 vaten per dag. Maar wat als de vraag nog stijgt, en er geen productieoverschot meer zal zijn?
Nieuwe bronnen
Er zijn wel nieuwe methodes zoals horizontaal boren en 'hydraulic fracturing' (ook wel fracking genaamd), maar daartegen komen milieu-organisaties dan weer steeds meer in opstand. Noodgedwongen moet er nu ook steeds meer extra zware olie ontgonnen worden, zoals uit de oliezanden in Canada. Die zware olie moet meer bewerkt en geraffineerd worden dan de traditionelere 'light sweet oil', wat uiteraard ook weer een hogere kostprijs met zich meebrengt.
Verwacht wordt dat er binnenkort wel gigantische nieuwe bronnen ontdekt zullen worden rond de noordpool. Het USGS, een wetenschapsbureau van de Amerikaanse overheid, schat dat iets meer dan een vijfde van de resterende olie- en gasreserves zich daar bevindt. Canada heeft in de jaren '70 al pogingen ondernomen, maar die projecten werden opgedoekt door de hoge kostprijs. Intussen is de olieprijs exponentieel gestegen, en in combinatie met 'verbeterende' klimatologische omstandigheden -door global warming is veel van het ijs gesmolten, en de winters duren er minder lang-, wordt het gebied opnieuw interessant. Het mag dan ook niet verbazen dat er momenteel een felle politieke strijd woedt om het territoriale zeggenschap in het gebied. Het blijft wel aartsmoeilijk om op grote dieptes naar olie te boren, waardoor het gevaar voor milieurampen groot wordt. Denk maar aan de ramp met het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico.
Groene stroom
Hoewel er op veel plaatsen olie is gevonden, beginnen vele kleinere bronnen uitgeput te geraken. Het gevolg is ook dat steeds minder landen de mogelijkheid zullen hebben om zelf olie op te pompen. Europa bijvoorbeeld moet al meer dan 85 procent van de gebruikte olie importeren.
Het mag dan ook niet verwonderen dat exact die landen koploper zijn in de productie van hernieuwbare energie. Zoals we in eerdere artikels in dit dossier al toonden, doen vooral de Scandinavische landen het erg goed, en in komende artikels passeren nog enkele andere landen -zoals de VS en Duitsland- de revue. Wel moet worden opgemerkt dat er in Europa tijdelijk meer vervuilende kolen worden gebruikt, door een daling van de gasprijs in de Verenigde Staten. Daar wordt volop overgeschakeld van een vervuilende steenkoolverbranding op gasverbranding, terwijl we in Europa het tegenovergestelde zagen gebeuren.
Dat de aarde met minder olie kan blijven draaien, hebben de oliecrisissen van 1973 en vooral 1979 laten zien. Toen er plots minder olie beschikbaar was voor het westen, was er een enorme prijstoename te zien, en daalde het gebruik fors in de getroffen landen. Er werd efficiënter omgegaan met het zwarte goud, en dat zal ook in de nabije toekomst moeten gebeuren. De wereld zal niet van de ene dag op de andere zonder olie vallen. Het zal een geleidelijk proces worden, maar indien nu niet geïnvesteerd wordt in groene energie, zullen de problemen niet te overzien zijn.