Asielzoekers behandeld als beesten aan Hongaarse grens
Hongarije stemt zondag over een verplichte verdeling van vluchtelingen in de EU-lidstaten. Het omstreden referendum wordt door de rest van Europa met argusogen gevolgd. Intussen lapt het land bij het grenshek de mensenrechten al een jaar aan zijn laars.
Op weg van het vliegveld naar het centrum van Boedapest kom je er een stuk of vijf tegen. Grote blauwe billboards die de Hongaren waarschuwen voor de komst van vluchtelingen. "Wist je dat Brussel een enorme stad voor indringers wil bouwen in Hongarije?", waarschuwt het bord vlak voordat je de stad in rijdt. Een ander beweert dat Libië komend jaar een miljoen migranten naar Europa stuurt.
Woorden als vluchteling en asielzoeker worden door de regering stelselmatig vermeden. Liever spreekt zij van indringers of potentiële terroristen.
Andras Lederer (32) coördineert het vluchtelingenprogramma van het Helsinki Committee, een internationale mensenrechtenorganisatie. Hij vergelijkt het beeld van de vluchtelingen met dat van White Walkers in de Amerikaanse hitserie Game of Thrones. "De meeste Hongaren hebben nog nooit een vluchteling gezien. Toch denken de mensen dat ze met een ernstig kwaad te maken hebben."
De bangmakerij slaat aan. Uit een peiling blijkt dat in de provincie twee op de vijf Hongaren vreest voor een aanslag in eigen dorp. Zelfs de gypsies, de traditioneel onderdrukte groep in Hongarije, voeren actief campagne tegen de opvang van vluchtelingen.
Hek
Ruim een jaar geleden besloot Hongarije tot de bouw van een bijna tweehonderd kilometer lang hek langs de grens met Servië en Kroatië. Sindsdien liet het land nog maar een paar honderd vluchtelingen toe. Duizenden anderen zitten vast rondom de 'transitzones' aan de grens, zijn zonder opgaaf van reden gevangen gezet of met grof geweld teruggestuurd naar Servië. In een rapport van Amnesty werd deze week melding gemaakt van een onmenselijke situatie.
Asielzoekers die zich bij de grens melden hebben volgens Lederer twee opties. Nog steeds proberen veel mensen het via het hek. Zij worden vrijwel allemaal door de politie gegrepen en teruggestuurd naar Servië - de gevreesde push-backs, vaak in de letterlijke zin van het woord.
Via de legale weg kunnen asielzoekers ook een poging wagen. Zij melden zich bij één van de twee transitzones op de grens met Servië. Omdat beide zones maar vijftien mensen per dag toelaten, wachten honderden anderen onder erbarmelijke omstandigheden maandenlang buiten het hek. "Families met jonge kinderen, alleenstaande vrouwen, gehandicapten, ouderen en alleen reizende minderjarigen krijgen voorrang", legt Lederer uit. Volwassen alleen reizende mannen maken geen schijn van kans.
Vernederend
Vanuit de transitzones worden de kwetsbare gevallen naar asielzoekerscentra in de provincie getransporteerd. Daar worden de aanvragen individueel bekeken, de meeste worden afgewezen omdat Servië als een veilig land wordt gezien. Zij die tegen die beslissing in beroep gaan wacht een onderzoek dat door Lederer als "vernederend en morbide" wordt omschreven.
"De immigratiedienst beschikt niet over de ervaring en kennis om iemand met ptss te diagnosticeren of te aan te tonen dat een jonge vrouw is verkracht of mishandeld. Zo werd een homoseksuele Afghaan gedwongen om naar pornografisch materiaal te kijken. Vrouwen worden voor een commissie bestaande uit mannen gevraagd om details uit hun seksleven prijs te geven. Zeker voor iemand uit een cultuur waarin het ongebruikelijk is om over dat soort zaken te praten, is dat extreem pijnlijk." De meesten wachten het proces niet af en vluchten naar de grens met Oostenrijk.
Niemandsland
De asielzoekers die terug worden gestuurd, of de transitzones niet eens in komen, zijn slechter af. Duizenden mensen wachtten sinds de bouw van de hekken tevergeefs in de overvolle kampen die door de Hongaarse regering tot Niemandsland zijn gedoopt. Op die manier ontloopt het land de verantwoordelijkheid om asielzoekers officieel te registreren.
Voor de uitgeputte en ondervoede mensen is de toestand in de neutrale zone dramatisch. Er zijn nauwelijks sanitaire voorzieningen, plastic flessen worden verbrand om bij op te warmen en vooral jonge mannen worden regelmatig getreiterd en geslagen door verveelde bewakers, zo staat in het rapport van Amnesty en dat van Human Rights Watch uit juli.
Mensen leven in geïmproviseerde tenten en hutjes, gemaakt van kleding, stenen en stokken. "In de zomer is dat geen pretje, maar nu het kouder wordt ronduit onmenselijk. Hulporganisaties krijgen van de autoriteiten geen toestemming om donaties te doen. Pas een maand geleden heeft Servië er een paar mobiele toiletten neergezet", verzucht Lederer.
Bruut geweld
Nu het kouder wordt zoeken mensen die al maanden wachten toch hun heil via het hek. Zij krijgen bijna allemaal te maken met een gewelddadige push-back. Opgehitst door de xenofobe politieke retoriek neemt het brute geweld tegen asielzoekers ernstig toe.
Volgens Lederer is er sprake van een patroon. "Wij hebben sinds mei vierhonderd alarmerende rapporten ontvangen. Mensen worden geslagen met knuppels en door honden aangevallen. Slachtoffers zijn volstrekt willekeurig; er zijn jonge alleen reizende kinderen die zwaar zijn toegetakeld. Een bejaarde vrouw lag deze maand vijf dagen in het ziekenhuis nadat ze in elkaar was geslagen. Het is walgelijk dat de regering en politie de meldingen niet serieus neemt. UNHCR, Human Rights Watch, Amnesty en vele anderen hebben aangegeven dat er hier iets verschrikkelijks aan de hand is."
Dat de Hongaarse bevolking zelf zo onverschillig lijkt te staan tegenover de wantoestanden aan de grens heeft volgens Lederer alles te maken met onwetendheid en onjuiste informatie. ,,De internationale rapporten worden door de media behandeld, maar afgeschilderd als leugens. Ik hoop dat iemand in staat is om voor de rechter te bewijzen dat dit geweld op grote schaal plaatsvindt. Het zou de meeste Hongaren schokken en in beweging brengen, zelfs zij die geen vluchtelingen willen toelaten."