Ban Ki-moon: "Gifgasaanval is oorlogsmisdaad"
Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, heeft de chemische wapenaanval op Damascus 'een oorlogsmisdaad' genoemd. Het vandaag gepresenteerde rapport van de VN-inspecteus, die de aanval van 21 augustus onderzochten, bevat 'overtuigend bewijs' dat er chemische wapens zijn ingezet.
"De resultaten zijn overweldigend en buiten kijf; de feiten spreken voor zichzelf", zei Ban Ki-moon tegen de VN-Veiligheidsraad. "De VN-missie heeft nu ondubbelzinnig en objectief bevestigd dat chemische wapens zijn gebruikt in Syrië. Dat is een oorlogsmisdaad. Ik ga ervan uit dat iedereen met mij deze verachtelijke misdaad zal veroordelen."
In hun rapport schrijven de inspecteurs dat uit de weefsel- en bodemmonsters die ze hebben verzameld duidelijk blijkt dat er raketten zijn ingezet waarin het gifgas sarin zat. In 85 procent van de geteste monsters is sarin aangetroffen.
Ban Ki-moon spreekt van "de meest significante bevestiging van het gebruik van chemische wapens tegen burgers sinds Saddam Hoessein ze in 1988 heeft ingezet in Halabja."
Hij bracht de boodschap 'met een zwaar hart', zo zei hij. Hoewel het rapport - volgens afspraak - met geen woord rept over wie de dader is achter de gifgasaanval, zegt de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius, dat 'er geen twijfel is' dat Assad daar schuldig aan is. In een persconferentie na afloop van de openbaarmaking van het rapport zei Ban Ki-moon dat het aan anderen is om te beslissen of de schuldvraag nader onderzocht moet worden. "Het was een zware misdaad en diegenen die hiervoor verantwoordelijk zijn moeten zo snel mogelijk berecht worden."
De Syrische gifgasaanval werd uitgevoerd in Ghouta, een voorstad van Damascus. "De conclusie is dat chemische wapens zijn gebruikt in het voortslepende conflict tussen de partijen in de Syrische Arabische Republiek (...) tegen burgers, onder wie kinderen, op een betrekkelijk grote schaal", aldus de eerste pagina van het rapport.
14 gevallen
Bij de aanval werden volgens het rapport van de VN-inspecteurs "gronddoelraketten met saringas" ingezet tegen "burgers, onder wie kinderen, op relatief grote schaal".
De experts onderzochten in totaal 14 gevallen waarbij, sinds september 2011, mogelijk chemische wapens gebruikt zijn. Ze maakten daarvoor gebruik van video's, analyses van militaire experts en interviews met medisch personeel. In een vorig rapport maakte de onderzoekscommissie gewag van vier aanvallen met chemische wapens (twee in maart en twee in april van dit jaar). Wanneer de tien andere aanvallen plaatsgevonden zouden hebben, willen de experts echter niet kwijt. Het VN-rapport spreekt zich niet uit over de verantwoordelijken voor de aanval.
De VN-inspecteurs zullen zo snel mogelijk terugkeren naar Syrië om beschuldigingen van eerdere gifgasaanvallen, onder meer op Khal al Assal, te onderzoeken.
Honderden doden
De aanval op Ghouta vond plaats op het moment dat de VN-inspecteurs al in Syrië waren om andere mogelijke gifgasaanvallen te onderzoeken. Pas na dagen getrouwtrek mochten ze naar Ghouta om het gebied te onderzoeken. Van de Syrische regering, en haar bondgenoot Rusland, mochten de inspecteurs zich echter niet over de schuldvraag buigen.
De aanval kostte aan honderden mensen het leven: Artsen zonder Grenzen sprak van 355 doden, de Verenigde Staten zeggen dat er meer dan 1.400 mensen omkwamen. De rebellen en hun bondgenoten in het Westen en de Arabische wereld houden het regime verantwoordelijk. De Syrische regering wijst met de beschuldigende vinger naar de rebellen.