"Belgisch engagement in Libië niet noodzakelijk ten einde"
"Dat het regime-Kadhafi in Libië op zijn laatste benen loopt, betekent niet dat het Belgische engagement achter de rug zou zijn." Dat heeft ontslagnemend premier Yves Leterme gezegd in het parlement.
Voor Leterme is het belangrijk dat de transitie naar een normaal functionerende rechtsstaat in Libië gebeurt met internationale omkadering. België moet beschikbaar blijven voor een constructieve rol, luidde het, maar het is nog te vroeg om te zeggen in welk verband dat zal zijn.
Sinds begin deze week is het duidelijk dat Moammar al-Kadhafi niet terugkomt als Libische leider en dat de rebellen hun revolutie gewonnen hebben. Verschillende Belgische politieke partijen waren daarom vragende partij voor een speciale zitting van de bevoegde commissies van Kamer en Senaat; in de eerste plaats om door de ontslagnemende regering geïnformeerd te worden. Immers, via NAVO-operatie Unified Protector is België betrokken partij in het Libische conflict.
Nadat de Senaatscommissie voor de opvolging van de buitenlandse operaties op de middag al achter gesloten deuren bijeen was gekomen, was het donderdag in de namiddag de beurt aan de commissies Defensie en Buitenlandse Betrekkingen van Kamer én Senaat. Premier Yves Leterme kwam er samen met ministers Steven Vanackere (Buitenlandse Zaken) en Pieter De Crem (Defensie) de parlementsleden briefen en hun vragen beantwoorden.
"Nog meer bloedvergieten vermijden"
"De situatie op het terrein is nog niet helemaal gestabiliseerd", stak Leterme van wal. De Crem voegde eraan toe dat de toestand in Tripoli nog "verward" is. De absolute prioriteit nu, zei Leterme, is nog meer bloedvergieten te vermijden.
De premier benadrukte dat het einde van het tijdperk-Kadhafi niet noodzakelijk het einde van het Belgische engagement in Libië betekent. "De internationale gemeenschap moet een legitieme basis leveren voor de post-Kadhafi-periode en de transitie. Daar circuleren al teksten over", gaf Leterme toe. Zijn regering heeft nog niets concreets beslist, "maar België moet beschikbaar blijven om een constructieve rol te spelen".
Minister Vanackere verklaarde dat, wanneer de nieuwe rol van België ter sprake zal komen, hij erop zal wijzen dat de lasten verdeeld moeten worden en dat ons land in Libië al meer dan zijn deel gedaan heeft. "Onze rol wordt in Washington sterk gewaardeerd", zei hij daarover. Volgens Pieter De Crem zal België "met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gevraagd worden een belangrijke rol te spelen in het transitieproces, zowel politiek als diplomatiek".
Ook wat de heropbouw van Libië betreft, moet België zijn deel van het werk doen, vindt Leterme. Hij wees er wel op dat ook dat in internationaal verband moet gebeuren.
'Boots on the ground'
Verschillende parlementsleden vroegen zich af of Libië nu de komst van VN-blauwhelmen tegemoet gaat. "Daarop kunnen wij nog niet antwoorden", spraken de drie ministers in koor. Maar of er in Libië überhaupt grondtroepen zullen worden ingezet ('boots on the ground'), hangt wel degelijk van de VN af, zei De Crem. "Ik denk persoonlijk dat we in de richting van een observatiemissie gaan, en dat hoeft niet in NAVO-verband te zijn."
In die fase zullen vooral de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie een grote rol te spelen hebben, luidde het. "Een punctuele NAVO-inzet kan evenwel niet uitgesloten worden." (belga/mvdb)