Brexit sputtert: May moet steun van parlement krijgen
De Britse regering moet de steun van het parlement krijgen voor het in gang zetten van de brexitprocedure waarmee het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt. Dat heeft het Britse Hooggerechtshof zonet geoordeeld. De kans is groot dat het proces van uittreding nu vertraging gaat oplopen. De Britse regering wil "binnen enkele dagen" een wetsvoorstel over uittreding uit de Europese Unie aan het parlement voorleggen.
Teruggefloten
De Britse overheid kan niet op eigen houtje artikel 50 van het Europees verdrag inroepen en de Brexit in gang zetten. Het parlement moet daarvoor het licht op groen zetten, zo heeft het Britse Hooggerechtshof geoordeeld.
Met de 'activering' van artikel 50 kan het Verenigd Koninkrijk de andere EU-lidstaten er formeel van op de hoogte brengen dat het de Europese Unie wil verlaten. De regering van premier Theresa May ging ervan uit dat ze over die bevoegdheid beschikt, maar ze wordt nu dus teruggefloten door het Hooggerechtshof.
Ingrijpend
Zoals verwacht zei het Hooggerechtshof dat alleen het parlement kan beslissen over iets dat zo ingrijpend is als het vertrek uit de Europese Unie.
De Brexit grijpt namelijk rechtstreeks in op de Britse grondwettelijke regels: door de Brexit wordt de bron van Europese wetgeving afgesneden - wetgeving die voorrang heeft op nationale wetten. Bovendien zorgt het vertrek uit de EU ervoor dat Britse burgers bestaande rechten verliezen, een ingreep die enkel door het parlement kan worden goedgekeurd.
Het vonnis van het Supreme Court werd goedgekeurd door een meerderheid van 8 rechters tegen 3. Het was de eerste keer sinds 1876 dat alle elf rechters van het Hof zich over dezelfde zaak bogen.
Ze maakten ook duidelijk dat premier May enkel het Britse parlement moet raadplegen, en dat de parlementen in Noord-Ierland, Schotland en Wales niet geconsulteerd moeten worden.
Deadline van eind maart
May rekent erop dat de inwerkingtreding van artikel 50 tegen einde maart kan worden goedgekeurd, zodat aansluitend de Brexit-onderhandelingen van start kunnen gaan. Die moeten binnen de twee jaar worden afgerond. In een eerste reactie op het vonnis zei een woordvoerder van Downing Street 10 dat die timing nu niet in het gedrang komt.
Verwacht wordt dat May snel een wetsontwerp in het parlement indient waarmee artikel 50 wordt geactiveerd. Dit wetsontwerp zal wellicht kort en helder geformuleerd zijn, om te vermijden dat de parlementsleden de tekst nog gaan amenderen en May haar deadline van einde maart dreigt te missen.
Regering dient "binnen paar dagen" wetsontwerp in
De regering May zal "binnen een paar dagen" in het parlement een wetsontwerp indienen die moet toelaten dat artikel 50 van het Europees verdrag wordt ingeroepen en de Brexit in gang kan worden gezet. Dat heeft David Davis, staatssecretaris voor de Brexit, verklaard in het Lagerhuis. De deadline van eind maart komt volgens hem niet in gevaar.
"We schatten onze rechtspraak naar waarde en we zullen dit vonnis natuurlijk respecteren", zei Davis. "Dit vonnis verandert niets aan het feit dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat." Davis verwoordde de officiële reactie van de regering op het vonnis.
Of het inderdaad om een korte, heldere tekst zal gaan, zodat de parlementsleden die niet kunnen amenderen, is niet duidelijk. Davis zei er wel op te rekenen "dat niemand de wil van het volk zal tegenwerken".
De beslissing om de EU te verlaten werd genomen bij het referendum op 23 juni vorig jaar, verklaarde Davis. Hij had het over een "point of no return". De regering zal er volgens hem alles aan doen om ervoor te zorgen dat de deadline gehaald wordt en dat artikel 50 dan kan worden ingeroepen.
"Dit vonnis verandert niets aan het feit dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat"
Financiële markten reageren gelaten op beslissing Hooggerechtshof
De beslissing van het Britse Hooggerechtshof om het Britse parlement mee te laten beslissen over de activering van het artikel 50, zorgt amper voor deining op de financiële markten. De beurs van Londen ging iets hoger, de pond verloor licht terrein. Vanmiddag noteert de Footsie in Londen 0,29 procent hoger. Ook andere beurzen in Europa staan op winst.
De Britse pond ging meteen na de uitspraak iets naar beneden tot 1,2438 dollar, maar herstelde nadien tot 1,2486 dollar. Voor de beslissing van het Hooggerechtshof was de Britse munt nog meer dan 1,25 dollar waard.