Campagneleider Erdogan: "Wij verwachten excuses van de Nederlandse regering"
Turkije verwacht excuses van de Nederlandse regering. Dat zegt de Europese campagneleider van president Erdogan in een interview aan onze collega's van het Algemeen Dagblad (AD). "De vrijheid van meningsuiting is sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo geschonden."
Europees campagneleider Mustafa Yeneroglu is in Nederland vanwege het referendum, waarvoor Turkse Nederlanders vanaf vandaag hun stem kunnen uitbrengen, Belgische Turken kunnen dit al doen sinds 27 maart. Yeneroglu, ook parlementslid namens Erdogans AK-partij, hoopt op een hoge opkomst. "Ik hoop dat de Turkse gemeenschap in Nederland massaal naar de stembus zal gaan, om een boodschap te geven aan de Nederlandse politici", zegt Yeneroglu. "Om duidelijk te maken wie ze steunen in deze kwestie, en om duidelijk te maken dat ze gehoord willen worden in Nederland.''
Volgens Yeneroglu, die wordt gezien als een vertrouweling van president Erdogan, maakt de Turkse regering zich steeds meer zorgen over de situatie in Nederland. "Dit was altijd een liberaal land, maar dat wordt steeds meer overstemd door rechts extremisme. De Nederlandse regering wil extreemrechts de wind uit de zeilen nemen, maar neemt daarom de discriminerende retoriek over. De taal van Geert Wilders vergiftigt de taal van de Nederlandse regering. Dat verklaart waarom wij de afgelopen weken nauwelijks campagne hebben kunnen voeren in Nederland, waarom Turkse politici zijn weggestuurd, terwijl Nederlandse politici zelf wél gewoon campagne kunnen voeren in het buitenland. Ik geloof niet dat de vrijheid van meningsuiting sinds de Tweede Wereldoorlog zo in het geding is geweest als hier de afgelopen weken. Het was zelfs niet mogelijk voor Turkse ministers om in het consulaat, dus op Turks grondgebied, met landgenoten te spreken. Dat is ongehoord."
Is dit niet allemaal het gevolg van het feit dat u de Turkse politiek naar Nederland brengt, door hier een referendum te organiseren?
"In een samenleving met veel migranten is het niet meer dan normaal dat zij kunnen stemmen in hun land van herkomst. Dat is geen enkel probleem, tenzij je het ervan maakt. Bij vorige verkiezingen ging het prima, nu is het in Nederland ineens een probleem.''
Maar veel Turkse Nederlanders zijn hier geboren. Ze zijn Nederlands staatsburger, u behandelt hen als Turks staatsburger.
"Ze zijn misschien hier geboren, maar ze hebben ook de Turkse nationaliteit. En dus hebben ze interesse voor de Turkse politiek. Als er 500.000 Nederlanders in Turkije zouden wonen, zouden wij ook niet zeggen: verbreek al je banden met je oude land."
Maar deze houding vertraagt de integratie. Hun toekomst ligt hier, niet in Turkije.
"Ik vind ook dat Turkse Nederlanders meer moeten participeren in de Nederlandse politiek. Daar hebben ze nu vaak te weinig interesse voor. Maar dat komt vooral doordat ze zich niet vertegenwoordigd voelen door Nederlandse politici. Vroeger betekende integratie: deelnemen in de samenleving, met behoud van je identiteit. Nu wordt van minderheden verwacht dat ze nog Nederlandser zijn dan witte Nederlanders".
"De Nederlandse bevolking wordt bang gemaakt voor minderheden, en dat moet ophouden. Media en politici in dit land moeten laten zien dat minderheden geen gevaar zijn voor Nederland.
"U als journalist moet daarin het voortouw nemen. We verwachten dat Nederlandse media meer de stem van minderheden laten horen. En politieke partijen ook. Niet voor niets voelen minderheden in Nederland de noodzaak een eigen partij op te richten."
De relatie tussen Nederland en Turkije is zwaar beschadigd. Hoe verder?
"Er wonen hier 500.000 mensen met een Turkse achtergrond, we hebben economische banden, elk jaar gaan 1 miljoen Nederlanders op vakantie in Turkije. Dus we hebben een goede relatie nodig. Als het referendum voorbij is, moeten we kijken hoe we die relatie kunnen herstellen. Het woord is eerst aan de Turkse Nederlanders: ik voorspel dat zij in dit referendum een hele duidelijke boodschap gaan geven aan Nederland, door te laten zien wie zij steunen."
Verwacht u excuses van de Nederlandse regering?
"Wij gaan er van uit dat Rutte de noodzaak daarvan inziet. Wat vorige maand in Rotterdam is gebeurd, past niet in een vrij land. Wij verwachten een excuus van Nederland: niet omdat het moet, maar omdat het volkomen vanzelfsprekend is na die gebeurtenissen."
Uw president noemde de Nederlandse regering een 'nazi-overblijfsel'. Is hij bereid daarvoor excuses aan te bieden?
"Dat was een reactie op de houding van Nederland. Turkije kent uw land zo niet, onze president was diep teleurgesteld door alles wat er die zaterdag gebeurde. Onze ministers werden geweerd. De politie joeg met honden en paarden op mensen die hun vrijheid van meningsuiting gebruikten. Onze president zei daarop dat zulke gebeurtenissen praktijken zijn uit de nazi-periode. Dat was de achtergrond van die uitspraak."
U bent op dit moment in Rotterdam, een stad die door de nazi's is verwoest. In een land dat vijf jaar door de nazi's is bezet. De uitspraak van uw president heeft veel Nederlanders diep geschokt.
"Ik besef waar ik ben, en ik ben het met u eens dat die uitspraken de relatie niet hebben verbeterd. Maar ik heb u de achtergrond geschetst. Er is altijd actie en reactie: als premier Rutte zegt dat hij spijt heeft van wat er die dag is gebeurd, zal onze president ook wel iets willen zeggen over zijn uitspraken van die dag. Excuses? Ik ben de president niet, dat zal hij dan bepalen. Maar het zal een reactie zijn, geen actie."