Drie keer meer water in Californische ondergrond dan gedacht
In Californië, de Amerikaanse staat die wordt geteisterd door langdurige droogtes, zit drie keer meer water in de ondergrond dan tot nu toe gedacht. Dat blijkt uit een nieuw bodemonderzoek door wetenschappers van de Stanford University, waarvan de resultaten gisteren gepubliceerd werden in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences).
Het grootste deel van de nieuw ontdekte reserves, in totaal gaat het om 2.700 kubieke kilometer zuiver water, bevinden zich tussen 300 en 1.000 meter diepte, in de centrale vallei van Californië. Aangezien de laatste metingen maar tot op een maximale diepte van 300 meter gingen, bleef het grootste deel van de waterreserves tot nu toe onbekend.
Mogelijk is de vondst een oplossing voor aanhoudende droogte die Californië nu al bijna vijf jaar treft, maar we mogen niet te vroeg victorie kraaien. Grondwater van een dergelijke diepte naar boven halen, is duur en gevaarlijk, waarschuwen de onderzoekers. "Het pompen van grondwater uit ondiepe aquifers (watervoerende lagen in de ondergrond, red.) heeft er al toe geleid dat sommige regio's al enkele meters zijn gezakt", luidt het.
Daarnaast bestaat ook het gevaar dat het zuiver water gecontamineerd raakt door olie en gas. Op een op de drie sites waar grondwaterreservers werden ontdekt, wordt er namelijk naar een van beide grondstoffen geboord. De onderzoekers roepen daarom op om de reserves te beschermen en de kwaliteit van het water op te volgen. "Over tien jaar hebben we het water misschien wel nodig", merkt co-auteur Mary Kang op.
Volgens de onderzoekers van Stanford is de studie niet alleen belangrijk voor Californië, maar kan ze ook van betekenis zijn voor andere regio's die vaak worden getroffen door watertekorten en droogtes, zoals de Amerikaanse staat Texas, China en Australië.