Drie maanden na beving in Japan nog 90.000 mensen in opvangcentra
Het is vandaag precies drie maanden geleden dat Japan werd getroffen door de zwaarste aardbeving in zijn geschiedenis, en nog steeds zitten meer dan 90.000 mensen in tijdelijke opvangcentra. De overheid is volop bezig noodwoningen te bouwen, zo'n 28.000 stuks, maar er zijn er veel meer nodig, oordelen plaatselijke media. Er wordt vandaag in verschillende Japanse steden ook betoogd tegen kernenergie.
Sinds de ramp van 11 maart werden al zo'n 15.400 lijken geborgen. Er zijn nog 8.100 mensen vermist.
Bijna 120.000 Japanners in de zwaarst getroffen provincies Miyagi, Iwate en Fukushima verloren als gevolg van de natuurramp hun werk, bericht de tv-zender NHK. Er zijn voor hen momenteel slechts 49.000 vacatures beschikbaar.
Afval en modder
In het gebied moet 25 miljoen ton afval en 16 miljoen ton modder worden opgeruimd. Dat zou jaren kunnen duren en miljarden euro's kosten, oordelen experts.
De toestand in de kerncentrale van Fukushima is nog niet onder controle, dat zou nog meerdere maanden kunnen duren. Het meest dringende probleem is wat men moet aanvangen met het hoogradioactieve water, dat dient om de kernreactoren te koelen. Ook bij de bevolking neemt de bezorgdheid over het stralingsgevaar toe.
Premier Naoto Kan brengt vandaag een bezoek aan het rampgebied. De oppositie verwijt hem mismanagement in de crisis en vraagt zijn ontslag.
Kerncentrale Fukushima
De aardbeving in het noordoosten van Japan had een kracht van 9 op de schaal van Richter. Ze veroorzaakte golven van 14 meter hoog die de kustlijn van Tohoku compleet vernielden. Meer dan 23.000 mensen kwamen om. De tsunami beschadigde ook de kerncentrale van Fukushima, met de grootste kernramp sinds Tsjernobyl tot gevolg. (afp/dpa/adha)