FBI: "Schutter behoorde niet tot internationaal terreurnetwerk"
De massamoordenaar van Orlando maakte volgens het onderzoek van de Amerikaanse federale politie FBI geen deel uit van een internationaal terreurnetwerk. "Er zijn sterke aanwijzingen dat hij geradicaliseerd raakte, deels via het internet", verklaarde FBI-directeur James Comey vandaag. "Maar er is niets dat zegt dat hij van buiten de VS gestuurd werd." Hetzelfde had ook al de Amerikaanse president Barack Obama eerder op de dag verklaard.
Ook het motief blijft onduidelijk. De man heeft bij drie telefoontjes met de politie tijdens de aanslag verschillende terreurorganisaties genoemd waarnaar zijn sympathie uitging. Maar deels staan die erg vijandig tegenover elkaar, zodat zijn verklaringen geen steek houden.
Naast IS had hij zich ook solidair verklaard met de aan al-Qaida gelinkte daders van de Boston Marathon van 2013 en een zelfmoordterrorist uit Florida, die werd gelieerd aan het al-Nusra Front. Al-Nusra en IS bestrijden elkaar.
Volgens Comey werd de dader in 2013 tien maanden geobserveerd door de FBI. De zaak werd echter gesloten. Toen had de man aan zijn collega's gezegd dat hij sympathie had voor Hezbollah, een terreurorganisatie die eveneens een aartsvijand van IS is.
Vuurwapenbezit
De Amerikaanse president Barack Obama zei eerder op de dag al dat er geen aanwijzingen zijn dat Mateen in opdracht van derden de aanslag heeft gepleegd.
Hij herhaalde zijn standpunt dat er veel strenger toezicht moet komen op vuurwapenbezit. "Het moet voor gestoorde individuen erg moeilijk worden om aan krachtige vuurwapens te komen.'' Obama's partijgenoot en mogelijk opvolger
Hillary Clinton drong daar na het bloedbad ook op aan. De Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump stelde dat er minder slachtoffers waren geweest, als meer mensen bewapend waren en de schutter hadden uitgeschakeld. Het probleem is niet het wapenbezit, maar de radicale islam, aldus Trump.
Het wapenbezit is omstreden in het uitgestrekte land waar velen erg afgelegen wonen. De vuurwapenlobby van de NRA (National Rifle Association) keert zich tegen beperkingen van het wapenbezit en komt na schietpartijen telkens in beeld. De politiechef van New York, Bill Bratton, verweet de NRA op CNN dat die erop aanstuurt dat mensen die door de overheid zijn aangemerkt als een risico, toch wapens kunnen kopen.