Frankrijk en Rusland blijven verdeeld over schuldvraag in Syrië
Rusland heeft 'ernstige redenen' om aan te nemen dat de chemische aanval van 21 augustus nabij Damascus een provocatie was. Dit heeft de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov vandaag gezegd. Zijn Franse collega Laurent Fabius heeft daarentegen het Syrische regime opnieuw ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de gifgasaanval.
De bewindslieden ontmoetten elkaar in Moskou om de Syrië-problematiek te bespreken. Tijdens deze bespreking werd duidelijk dat de meningsverschillen tussen Frankrijk en Rusland blijven bestaan. Al zijn beide landen ervan overtuigd dat er nood is aan een politieke oplossing om de burgeroorlog te beëindigen. Maar de manier waarop men dit wil bereiken, blijft verschillend.
Lavrov verzet zich trouwens nog steeds tegen een sterke resolutie die het gebruik van geweld mogelijk wil maken indien Syrië zich niet aan de afspraken houdt. Frankrijk blijft vasthouden aan een krachtige en bindende resolutie.
Ondertussen heeft het VN-rapport over het gebruik van saringas in Damascus Rusland nog niet overtuigd van de mogelijke verantwoordelijke. "Het document bewijst enkel dat er effectief chemische wapens zijn gebruikt. Nu is een onderzoek nodig naar de verantwoordelijke van de aanslag", zei Lavrov. Voor zijn Franse collega bewijst het VN-rapport wel degelijk de verantwoordelijkheid van het Assadregime.
De woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken liet weten het rapport grondig te bestuderen maar weigert voorlopig het Assadregime met de vinger te wijzen. Wel is China zeer te spreken over de toenadering tussen de Verenigde Staten en Rusland. Peking hoopt zo op een politieke oplossing van het bloedige conflict.