Geweld stuwt asielaanvragen in rijke landen met 45 procent hoger
Door de oorlogen in Syrië en Irak en andere gewapende conflicten is het aantal mensen dat asiel vorig jaar asiel heeft aangevraagd in rijke landen, met 45 procent gestegen tot het hoogste punt in 22 jaar. Dat zei het VN-vluchtelingenagentschap UNHCR vandaag in Genève. Het agentschap telde vorig jaar 866.000 asielzoekers, het hoogste sinds het begin van het conflict in Bosnië en Herzegovina in 1992. Toen zochten bijna 900.000 mensen hun heil in rijke landen.
Uit het rapport van UNHCR - dat focust op 44 gastlanden in Noord-Amerika, Europa, Oost-Azië en Oceanië - blijkt dat vorig jaar het aantal asielzoekers uit Syrië meer dan verdubbelde tot 150.000. De op één na grootste groep vormen Iraakse asielzoekers met 69.000, een verdubbeling. Dan volgen mensen die het geweld in Afghanistan, de armoede in Servië en Kosovo en de onderdrukking in Eritrea ontvluchtten.
De rijke landen ontvingen echter een klein deel van de Syrische en Iraakse vluchtelingen. Zij komen vooral terecht in landen in het Midden-Oosten. "Ons antwoord moet net zo genereus zijn zoals het was (tijdens de Balkan-oorlogen, nvdr)", zei de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, Antonio Guterres. Hij heeft het dan over asiel, hervestiging en andere vormen van bescherming.
Duitsland spant de kroon met 173.100 asielaanvragen. Dan volgen de Verenigde Staten (121.200), Turkije (87.800), Zweden (75.100) en Italië (63.700). Uit het rapport blijkt nog dat het aantal asielzoekers sinds 2010 in België daalde. Volgens UNHCR is dat mogelijk het gevolg van een ander asielbeleid en wetshervormingen, en de invoering van visumplicht voor sommige nationaliteiten.