Grootschalige zoekactie naar slachtoffers gestart
Japan en de Verenigde Staten gaan samen zoeken naar slachtoffers van de aardbeving en tsunami van vorige maand. Drie weken na de ramp aan de Japanse oostkust worden nog altijd meer dan 16.000 mensen vermist.
De autoriteiten vermoeden dat veel mensen door de vloedgolven de zee in zijn gespoeld. De weersomstandigheden maken het de komende dagen waarschijnlijk makkelijker eventuele overschotten te vinden. De zoektocht duurt drie dagen, maar de speurders blijven uit de buurt van de kerncentrale Fukushima I. Die lekt al enkele weken straling als gevolg van de aardbeving en de vloedgolven. Vanwege de radioactiviteit is iedereen geëvacueerd die minder dan twintig kilometer van de kerncentrale woont.
Voor de zoekactie zet Japan ongeveer 18.000 militairen in. Die krijgen de hulp van ongeveer zevenduizend Amerikaanse collega's en van agenten, brandweerlieden en de Japanse kustwacht. Bij de zoektocht worden meer dan honderd vliegtuigen en ongeveer zestig schepen gebruikt.
Bezoek premier
De Japanse premier Naoto Kan brengt zaterdag ook een bezoek aan het gebied dat drie weken geleden werd getroffen door een aardbeving en een verwoestende tsunami. Kan bezoekt onder meer de zwaar getroffen stad Rikuzentakata. De plaats is vrijwel weggevaagd en vele honderden inwoners zijn omgekomen. Daarna gaat hij naar een legerbasis in Fukushima, waar reddingswerkers met man en macht proberen een kerncentrale onder controle te krijgen.
Kan wil ze een hart onder de riem steken. Op de dag na de ramp was Kan ook in het gebied. Hij vloog enkele uren lang met een helikopter over onder meer de getroffen kerncentrale. (belga/anp/odbs)