HRJ onderzoekt werking gerecht via proces Janssen
De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) is van plan het proces van Ronald Janssen op de voet te volgen. Doel is de werking van het gerechtelijk apparaat in het strafdossier rond de moord van Annick Van Uytsel "grondig te onderzoeken". Op het verloop van het onderzoek kwam de voorbije maanden heel wat kritiek, onder meer van het Comité P en justitieminister Stefaan De Clerck.
"Wij willen duidelijkheid krijgen over wat er precies is gebeurd", verduidelijkt de HRJ bij de start van het proces. "Heeft het gerechtelijk apparaat goed gefunctioneerd? Had het beter gekund? En zo ja, wat kunnen wij voorstellen opdat het gerecht in dergelijke dossiers optimaal zou functioneren?"
De opvolging van het proces-Janssen vormt de aanloop naar een bijzonder onderzoek zoals eerder al plaatsgreep rond de zaak-Fortis en de Brusselse rechtbank van koophandel. Uit vrees voor vertraging of uitstel start de Verenigde advies-en onderzoekscommissie er wel pas mee na het assisenproces.
De HRJ hoopt concreet via het proces informatie te krijgen over de werking van het gerecht in de zaak. De Hoge Raad heeft immers geen toegang tot het gerechtelijk dossier en dus ook nog geen zicht op het verloop tot nu toe. "Zelfs de minister van Justitie, die de HRJ vroeg om een grondige analyse, heeft in zijn vraag geen enkele disfunctie aangereikt", aldus de raad.
Een tuchtrechtelijke bevoegdheid heeft de HRJ niet. Wel kan ze aanbevelingen en beleidsvoorstellen doen. Bovendien kunnen "de bevoegde tuchtoverheden steeds, op basis van de informatie van het verslag, een tuchtonderzoek instellen", merkt de raad nog op. (belga/adha)