"Identificatie lukt alleen met hulp van familie en vrienden"
Nabestaanden van de 193 Nederlandse MH17-doden kregen dit weekend bezoek van tientallen politierechercheurs. Die inventariseren dna, gebitsgegevens of foto's van opvallende tatoeages van de slachtoffers. Het zijn de sporen waarmee experts van het politieteam LTFO straks kunnen beginnen met de identificatie van de nu nog anonieme lichamen. Een 'megaklus', zegt hun leider.
Hij moet het doen met wat hij op televisie ziet. Lichamen in velden. Lijken in een treinwagon. Verder is het afwachten, vertelt Jos van Roo, operationeel hoofd van de politie-eenheid LTFO. "Wij zouden het liefst nu beginnen. We willen deze anonieme doden hun naam teruggeven", zegt hij turend naar de tv.
Slachtoffers naar Nederland
Maar zekerheid is er nog niet. Ja, ze krijgen de leiding over de identificatie. Maar verder kunnen ze slechts hopen dat de geborgen slachtoffers snel via Charkov naar Nederland komen, zodat het team kan starten.
Van Roo houdt zich kalm: "We kunnen nu alleen maar zorgen dat we er klaar voor zijn." Daarom zijn tachtig familierechercheurs al het hele weekend op pad om bij nabestaanden gegevens te verzamelen van specifieke lichaamskenmerken van de 193 omgekomen Nederlanders. Die zijn nodig voor herkenning en - uiteindelijk - identificatie.
"Helemaal kapot"
De informatiestroom is enorm. Foto's van tatoeages. Gebitsgegevens. Beschrijvingen van kenmerkende littekens en moedervlekken. Of een inscriptie van een trouwring. Zo'n inventarisatie hakt er in, weet Van Roo. Broers, zussen en ouders moeten in hun verdriet toch gegevens opdissen. "Ze zitten nog helemaal kapot, maar willen ook heel graag hun geliefde fatsoenlijk kunnen begraven."
Het gaat hoe dan ook een heikel karwei worden, beseft Van Roo. "De lichamen hebben dagenlang in de hitte van 35 graden gelegen." Het team kwam ook in actie na de vliegramp bij Tripoli (2010) en bij de tsunami in 2004. Zelfs met een enkel lichaamsdeel kan identificatie lukken, leerde de ervaring. "Toch wist ik meteen: dit wordt een heel grote, intense klus."
'Identificatiestraat'
Als de slachtoffers naar Nederland komen is alvast een 'identificatiestraat' ingericht. Een soort laboratorium. De verzamelde informatie van familierechercheurs wordt daar naast de bevindingen van de lichaamsonderzoekers gelegd. "Als er een match is met dna, gebitsgegevens of vingerafdrukken, dan hebben we een identificatie."
Hij verwacht dat het team vele weken bezig zal zijn. Een karwei dat je eigenlijk niemand toewenst. De lichamen zijn vermoedelijk verminkt, verbrand en - wat zeker is - al aan het vergaan. "Werk is werk, maar dit komt aan. Ik heb ook twee dochters. Dit komt zo dichtbij. Voor iedereen. Ik zag op het nieuws de reisboekjes die ik in een vliegtuig zelf ook in m'n handen heb gehad."
Oneindig dankbaar
Het lijkt zeker dat bijna niemand een compleet lichaam overdragen zal krijgen. Sommigen willen toch hun dierbaren nog zien, weet men. Soms helpt het al om te weten dat hun zoon of dochter onder een laken ligt. Om deze nog even te kunnen strelen. "Als dat hun wens is stellen we alles in het werk om dat nog mogelijk te maken."
Hij noemt het werk 'oneindig dankbaar'. "Je wilt mensen toch hun geliefden teruggeven. We werken daarom zo zorgvuldig mogelijk. Niemand mag twijfelen of ze misschien toch het verkeerde lichaam hebben begraven."