ISIS verovert belangrijke stad in Syrië, ook hevige gevechten aan Turkse grens
Na de opmars in Irak verstevigt de islamitische terreurgroep ISIS ook in Syrië haar stellingen. Volgens het Syrisch Observatorium voor Mensenrechten (SOHR) namen de jihadisten maandag grote delen van de stad Deir ez-Zor in. Ook aan de Turks-Syrische grens worden de gevechten tussen Koerden en ISIS-strijders steeds heviger.
De strategisch belangrijke stad Deir ez-Zor ligt in Oost-Syrië, op de route tussen het ISIS-bastion al-Raqqah en de West-Iraakse provincie al-Anbar (die grotendeels in handen is van de soennitische extremisten).
95 procent in handen van ISIS
Naar verluidt namen de jihadisten in verschillende wijken van Deir ez-Zor de controle over, nadat andere islamistische groepen zoals het al-Noesrafront zich hadden teruggetrokken. Dat front controleert in Syrië een gebied dat vijfmaal zo groot is als buurland Libanon. Door de verovering heeft ISIS nu 95 procent van de gelijknamige olierijke provincie Deir ez-Zor veroverd.
Enkele delen van Deir ez-Zor zijn nog in handen van de Syrische troepen, waaronder een militaire luchthaven in het zuiden van de stad. De regeringseenheden hebben na de opmars van de ISIS hun controlepunten opnieuw ingericht en versterkt, aldus het SOHR.
Gevechten aan grens met Turkije en Libanon
ISIS-strijders leveren ondertussen ook aan de Turks-Syrische grens steeds hevigere gevechten met de Koerden. Volgens de leider van de SOHR in Londen, Rami Abdel Rahman, zijn de machtsverhoudingen veranderd in het voordeel van de moslimextremisten. Reden hiervoor zijn de vele wapens die de jihadisten in Irak konden buitmaken.
De sjiitische Hezbollah-militie moest verliezen slikken in al-Qalamun, aan de grens met Libanon. Volgens activisten kwamen bij gevechten tegen Syrische rebellen zeker zeven Hezbollah-strijders om het leven, 31 anderen raakten gewond. De Libanese Hezbollah vecht aan de zijde van de regeringstroepen van president Bashar al-Assad tegen de rebellen.
Het conflict in Syrië heeft volgens schattingen sinds het begin in maart 2011 aan meer dan 170.000 mensen het leven gekost.