Israël grijpt terug naar omstreden collectieve bestraffing
Na de bloedige aanslag op een synagoge in Oost-Jeruzalem is Israël begonnen met het vernietigen van de huizen van de familie van Palestijnse daders. Afgelopen nacht sloopten Israëlische veiligheidstroepen in het Arabische Oost-Jeruzalem zo het huis van een Palestijn die in oktober met zijn auto op wachtenden aan een tramhalte was ingereden. Daarbij kwamen een vrouw en een baby om het leven.
Het is al weken onrustig in Jeruzalem, met de discussie rond een betwiste heilige plaats als middelpunt. Op 22 oktober reed een Palestijn met zijn auto in op een groep mensen die aan een tramhalte stonden te wachten. Een vrouw en een baby stierven, de dader werd neergeschoten en bezweek in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
Gisteren voerden twee Palestijnen een dodelijke aanval uit op een synagoge in een voornamelijk door ultraorthodoxe joden bewoond stadsdeel. Vier rabbijnen - drie Amerikaanse burgers en een Brit - zijn gedood. Een agent overleed later in het ziekenhuis. Beide Palestijnen zijn bij een vuurgevecht met de politie doodgeschoten. Het was de zwaarste aanslag in Jeruzalem in zes jaar.
Collectieve straf
De Israrëlische premier Benjamin Netanyahu stelde na de aanslag op de synagoge dat Israël verwikkeld is in een "strijd om Jeruzalem", een strijd die hij verwacht te winnen. Netanyahu bezwoer ook "de rekening met elke terrorist te zullen vereffenen". Om die reden beval hij "de vernieling van de huizen van de Palestijnen die het bloedbad hebben aangericht en om de sloop van de huizen van daders van eerdere aanvallen te versnellen".
De Israëlische minister van Economie, Naftali Bennet, sprak zich vandaag uit voor een ontplooiing van het leger in Oost-Jeruzalem, om daar de "terreurinfrastructuur te vernietigen".
Het is opvallend dat Israël opnieuw start met het vernielen van huizen van Palestijnse militanten. Israël was in 2005 met de praktijk gestopt nadat een onderzoekscommissie had geconcludeerd dat het geen effectief afschrikmiddel is.
Mensenrechtengroeperingen hekelen de vorm van "collectieve bestraffing". "De families van verdachten straffen door hun huizen te vernielen is collectieve bestraffing en dat is verboden onder de internationale wet", aldus Amnesty International.
Spanningen
Oost-Jeruzalem, dat sinds 1967 door Israël wordt bezet, kende de afgelopen maanden al heel wat geweld. Begin juli werd een Palestijnse tiener ontvoerd en levend verbrand, twee dagen nadat de lichamen werden gevonden van drie ontvoerde Israëlische jongeren. De verontwaardiging om de moorden culmineerde in een 50 dagen durend conflict tussen Israël en Palestijnse militanten in de Gazastrook. Daarbij kwamen 2.104 Palestijnen en 73 Israëliërs om.
De spanningen liepen de voorbije weken weer op na de aankondiging van Israël date het nieuwe nederzettingen gaat bouwen in Oost-Jeruzalem. Ook de discussie over de Tempelberg voedt de onrust. Op de Tempelberg, vlakbij de klaagmuur, staat de Al-Aqsa moskee. De site mag wel worden bezocht door christenen en joden, maar ze mogen er niet bidden. Orthodoxe joden eisen dat dat verbod wordt opgeheven.