John Kerry belooft grootschalige steun aan Syrische oppositie
John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is na de aankondiging van grootschalige steun voor de Syrische oppositie met leidinggevende tegenstanders van het Assad-regime samengekomen.
Kerry had vandaag in Saoedi-Arabië een gesprek met de voorzitter van de Nationale Syrische Alliantie, Ahmed al-Jarba. Dat meldde al-Arabiya. Het overleg wordt overschaduwd door een felle ruzie over de posten in de militaire leiding van de opstandelingen in Syrië.
Militaire raad ontbonden
Premier Ahmed Tome van de door de oppositie zelfbenoemde interim-regering had gisteravond stafchef Abdel Illah al-Bashir van het Vrije Syrische Leger (FSA) afgezet en de militaire raad ontbonden. Tegelijkertijd riep hij de "revolutionaire krachten" op om binnen de maand een nieuw militair bestuur te vormen.
Het FSA legde de beslissingen vandaag echter naast zich. De interim-regering en het FSA worden tot de "gematigde" (pro-Westerse) Syrische oppositie gerekend. Beide krijgen dan ook steun van het Westen. In de Syrische burgeroorlog wordt het FSA als de zwakste beschouwd van de grote oppositiegroepen die het regime van Bashar al-Assad willen omverwerpen.
367 miljoen euro
De Amerikaanse regering vraagt van het Congres 500 miljoen dollar (367 miljoen euro) om die "gematigde" rebellen in Syrië te ondersteunen. Het geld zou gebruikt worden voor uitrusting en opleiding. Doel is ook om daarmee de door de oppositie gecontroleerde gebieden te stabiliseren, belangrijke openbare diensten te beveiligen en terroristische bedreigingen tegen te gaan.
Bezorgd om opmars ISIS
Concrete plannen om "gematigde" groepen te bewapenen en op te leiden, liggen nog niet voor, benadrukten vertegenwoordigers van de regering en het leger volgens de New York Times. Kerry ontmoette tijdens zijn reis door verschillende Arabische landen ook de Saoedische buitenlandminister, prins Saud al-Faisal, in Riyad. De VS zijn erg bezorgd over de opmars van de terreurgroep Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS). Het olierijke koninkrijk Saoedi-Arabië ontkende nogmaals de beschuldiging, één van de belangrijkste sponsors van ISIS te zijn.