Joods Wereldcongres steekt kaars aan bij Joods Museum
Vertegenwoordigers van het Joods Wereldcongres (WJC) zijn vandaag naar Brussel afgezakt om hulde te brengen aan de slachtoffers van de aanslag in het Joods Museum. De dertigkoppige delegatie heeft kaarsen aangestoken en kort gebeden voor het museum. Later op de dag staan nog ontmoetingen gepland op het koninklijk paleis en met premier Elio Di Rupo en enkele ministers.
"De joodse gemeenschap over de hele wereld is geschokt door wat er gebeurd is in Brussel, het centrum van Europa. We komen onze solidariteit betuigen en proberen te begrijpen waarom en hoe dit is kunnen gebeuren", zei WJC-voorzitter Ronald Lauder vandaag.
Museumbeheerder Philippe Blondin toonde zich dankbaar voor het bezoek. "Ik ben zeer ontroerd door deze blijk van sympathie. Dit betekent veel voor mij en voor het personeel van het museum", klonk het.
Syriëstrijders
Volgens WJC-voorzitter Lauder legt dit geweld meer bloot dan antisemitisme alleen. "Dit is niet enkel een joodse kwestie, maar ook een joods-christelijke kwestie", klonk het. "We zien op andere plaatsen, zoals Egypte en Syrië, ook antichristelijk geweld."
Volgens Lauder dreigt een hele generatie jongeren in angst op te groeien. "We moeten duidelijk maken dat er in de maatschappij geen plaats is voor geweld tegen christenen, moslims of joden", onderstreepte hij. "En wat er gebeurt tussen Israël en de Palestijnen, is geen excuus."
"België moet voorzichtig zijn", merkte Lauder nog op, vooruitblikkend op zijn ontmoeting met premier Di Rupo. "Zij die terugkomen uit Syrië zijn getraind om te doden. Dat is een probleem van iedereen. De man die hier begon te schieten vroeg ook niet eerst of het joden waren."
Naast veiligheid is vooral onderwijs voor de joodse vertegenwoordigers cruciaal. "Je kan nooit volledige bescherming bieden. Daarom moet er ook in het onderwijs aandacht blijven voor antisemitisme en de holocaust", besloot Lauder.