Koerden onverzettelijk in hels Kobani
Ambulances en lijkwagens rijden af en aan in het stadje Suruc, slechts een paar kilometer van het front waar Koerdische en IS-strijders een bloedige slag uitvechten om de Syrische grensplaats Kobani. Honderden familieden van gewonde Koerden hebben zich verzameld bij een ziekenhuis. Ondanks de gruwelijke taferelen is de onverzettelijkheid groot.
Luid toeterend komt de stoet aanzetten door de stoffige straten van Suruc. Voorop rijdt een rouwwagen met het lichaam van een Koerd die is gesneuveld bij de zware gevechten tegen de moslimextremisten van Islamitische Staat.
Trots
Eenmaal dichtbij, lijkt het op een surrealistische scène uit een film van Fellini. De bestuurder van de lijkwagen en de man die naast hem zit, zwaaien met hun arm en maken het victorieteken. Dat doen ook alle mannen die uit de ramen van de volgauto's hangen. Ze zijn trots op de strijdlust van de mannen en vrouwen die Kobani verdedigen.
En dat willen ze aan iedereen luid en duidelijk laten weten. Tegemoetkomende automobilisten claxonneren instemmend. Voetgangers steken hun duim omhoog.
Op een kruispunt, naast een omgetrokken lantaarnpaal, liggen de verkoolde resten van wat politiecamera's waren. De stille getuigen van de storm van Koerdische woede die over heel Turkije raasde en gisteravond ook hier tot rellen met de oproerpolitie leidde. Het ruikt nog naar verbrand plastic.
Woede en frustratie
Eenheden van de oproerpolitie staan bij talloze pantserwagens en waterkanonnen. Versterkingen zijn gearriveerd en rondom het politiebureau en het gemeentehuis geposteerd. De woede en frustratie over de passiviteit van het Turkse leger in de strijd van de Koerden tegen IS zit heel diep. 'Niet IS, maar Turkije is onze echte vijand,' zegt Bahri (31), wiens 10 jaar oudere broer Seydu 2 dagen geleden sneuvelde in de strijd tegen de barbaarse jihadisten. 'De Turkse regering steekt geen vinger uit om de Koerden in Kobani te beschermen. Ze beschieten ons en steunen intussen IS met wapens.'
Bahri staat in een parkje voor het plaatselijke ziekenhuis waar zich honderden familieleden van gewonde of overleden strijders en andere inwoners van Kobani hebben verzameld. De weduwe van zijn broer zit met tientallen andere vrouwen op de grond. Ze huilen en jammeren. Leggen troostend hun armen over elkaars schouders. De ogen van de weduwe van Seydu staan dof en zijn roodomrand van de tranen. Ze is uitgeput en heeft haar gezicht van intens verdriet opengekrabd. De rouw heeft haar bijna geveld en ze legt haar hoofd op de schouder van haar zwager.
Strijdbaarheid
Maar de strijdbaarheid die in haar brandt, wint het van de rouw. Fel zegt ze: 'Ik wacht hier al 48 uur op het lichaam van mijn man. Is dat gerechtigheid? Samen met twee andere vrouwen van verzetsstrijders in Kobani konden we in het Turkse Urfa van het geld dat we hadden, slechts een kamer huren zonder toilet. Zodra mensen daar zagen dat we uit Syrië kwamen, joegen ze ons weg. Westerse landen zouden Turkije geen geld moeten geven voor de opvang van vluchtelingen, want ze doen veel te weinig voor ons. De enigen die ons helpen zijn de mensen van de Koerdische partijen hier.'
Gillende sirenes onderbreken haar. Ambulances wringen zich door de menigte Koerden voor het ziekenhuisje. Reikhalzend kijken ze over elkaars schouders om een glimp op te vangen van de gewonden die de genadeloze strijd in Kobani achter zich hebben gelaten.
'Geen foto's,' gebiedt een van de vrijwilligers streng. 'We willen het moreel van onze verzetsstrijders en hun families niet ondermijnen.'
Bijna twintig ambulances worden ingezet om de gewonden te vervoeren. Vele zijn ter beschikking gesteld door andere Koerdische steden in het zuidoosten van Turkije. Ook artsen en studenten medicijnen zijn uit alle windstreken gekomen om te helpen. Uit Istanboel, Ankara, Diyarbakir. Zoals Apo (24) van de Ege Universiteit uit de westelijke stad Izmir. Hij doet dienst op de eerste hulp. Het gaat om typische oorlogswonden, zegt hij. Van kogels en granaatscherven. 'Voor 40 procent afkomstig van kalasjnikovs. Voor 35 procent van zwaar geschut. En voor 25 procent van sluipschutters.'
Die laatsten zijn voornamelijk Tsjetsjenen, aldus Apo. De Tjetsjeense commandant Abu Omar al-Shishani leidt het al ruim 3 weken durende offensief tegen Kobani. 'We moeten veel armen en benen amputeren omdat de zenuwen zijn verbrijzeld door de inslag van de munitie,' zegt de vrijwillige verpleger.
Anesthesist Mehmet Ak (29) kwam 2 dagen geleden uit Diyarbakir aan. Hij kreeg het meteen vol voor zijn kiezen door de bombardementen van Amerika en zijn Arabische bondgenoten op stellingen en tanks van de jihadisten in de stad. 'Vandaag overleed een vrouw onder mijn handen. Dat was zwaar. En tragisch, want het had niet hoeven te gebeuren. Turkse militairen hadden haar uren laten wachten aan de grens. Ze leed zoveel bloedverlies, dat we haar hier niet meer konden redden.'
Het kleine hospitaal is niet uitgerust voor gecompliceerde ingrepen zoals hersenoperaties voor gewonden bij wie een deel van de schedel is weggeslagen door granaatscherven. Zij worden vervoerd naar de grote ziekenhuizen elders.
Bloederig
Hawar (20) ligt in het ziekenhuis alleen in een kamertje met zijn linkerbeen in bloederig verband. 'Een kogel van groot kaliber,' zegt hij. 'Maar het gaat niet om mij maar om onze gezamenlijke strijd tegen de jihadisten. Ik strijd voor Koerdistan, voor onze vrijheid, en voor de vrijlating van onze leider, de heer Öcalan.' Over 2 dagen mag hij het ziekenhuis uit. Waar hij dan heen gaat? 'Terug naar Kobani.'