Mogelijk meer aanvallen met zenuwgas gebeurd in Syrië
De inspecteurs van de Verenigde Naties die in Syrië nagaan of er chemische wapens zijn gebruikt, onderzoeken zeven incidenten. Dat meldt de internationale organisatie. Drie van de aanvallen vonden plaats na 21 augustus. Op die dag kwamen honderden mensen om bij een aanval bij Damascus, waarbij vermoedelijk het zenuwgas sarin werd gebruikt.
De inspecteurs zijn woensdag aangekomen in Syrië. Naar verwachting rondden ze hun werk maandag af. De resultaten van het onderzoek worden eind oktober voorgelegd aan secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon. De VN-inspecteurs zoeken alleen naar bewijzen van het gebruik van chemische wapens. Ze laten zich niet uit over welke partij die dan heeft gezet.
Het is de tweede keer dat de inspecteurs onderzoek doen in Syrië. Eerder bekeken ze of er bij de aanval op 21 augustus gifgas werd ingezet. In hun rapport over dat onderzoek concludeerden ze dat er sarin was gebruikt.
Het geweld woedt intussen voort. In Rankus, een bolwerk van de rebellen, vielen vandaag meer dan dertig doden na een bomaanslag. Er vielen ook twaalf gewonden. De ontploffing gebeurde kort na het vrijdaggebed.