NAVO hoopt op politieke oplossing voor Libië
De NAVO gaat door met haar militaire operatie in Libië zolang het Kadhafiregime zijn eigen bevolking aanvalt. Het bondgenootschap hoopt echter op een politieke oplossing. Dat benadrukte NAVO-topman Anders Fogh Rasmussen vandaag aan het begin van het NAVO-beraad over Libië in Berlijn.
De ministers van Buitenlandse Zaken van de 28 NAVO-lidstaten buigen zich daar over de crisis in het Noord-Afrikaanse land, samen met partnerlanden uit Europa en de Arabische wereld die meedoen aan de militaire missie van de NAVO.
Verdeeldheid
Ze moeten er in de eerste plaats op zoek naar oplossingen om hun interne verdeeldheid rond de Libische crisis te kunnen overstijgen. De verdeling van de aanvalsinspanningen en het al dan niet bewapenen van de rebellen zorgt voor een diepe verdeeldheid tussen de bondgenoten.
De NAVO-lidstaten Frankrijk en Groot-Brittannië pleitten de afgelopen dagen voor flink meer aanvallen op de strijdkrachten van het Kadhafiregime. Zij vrezen dat de opstandelingen anders het onderspit delven. Dat zien onder meer Duitsland en Turkije niet zitten. Zij waren ook eerder niet te vinden voor een militaire operatie in Libië.
Volgens Rasmussen voerde de NAVO sinds het begin van haar missie in maart ruim tweeduizend vluchten uit. Negenhonderd keer werd ingegrepen om burgers te beschermen tegen aanvallen van het regime.
Militaire macht niet genoeg
De secretaris-generaal erkende echter dat militaire macht alleen niet voldoende is. Na een staakt-het-vuren zou dan ook zo snel mogelijk aan een politieke oplossing moeten worden gewerkt.
Ook het bewapeningsvraagstuk drijft een wig tussen de NAVO-leden. De rebellen vragen al langer om buitenlandse wapenleveringen om de strijd te kunnen winnen, maar onder meer België vreest dat dit niet te rijmen valt met de VN-resoluties. Bovendien staat de NAVO momenteel zelf in voor de controle op het wapenembargo op de Middellandse Zee. (anp/belga/tvl)