Ontvoerde fotografe in Libië meermaals aangerand
Linsey Addario is een van de vier 'New York Times'-journalisten die gisteren vrijgelaten werden door de troepen van Moammar Kadhafi. Enkele uren later gaf de oorlogsfotografe al een interview. Daaruit bleek dat ze meermaals aangerand werd. Het kwartet werd uiteindelijk zes dagen gegijzeld. In die periode werden de Amerikanen geslagen en met de dood bedreigd.
De nachtmerrie begon toen het gezelschap tegengehouden werd aan een checkpunt vlakbij Ajdabiya, ruim 150 kilometer ten westen van Benghazi. "We waren van de gevechten weg aan het rijden omdat het te gevaarlijk werd. Ik riep nog naar de chauffeur dat hij moest doorrijden, want ik wist dat stoppen heel wat gevaar met zich meebracht."
En zo geschiedde: nadat Addario uit de auto gesleurd werd, werd ze geslagen in het gezicht én uitgelachen. "Ik begon te huilen, maar daardoor begon die kerel alleen maar meer te lachen", aldus de fotografe. Een andere man greep vervolgens naar haar borsten, een scenario dat ze de volgende 48 uur nog meermaals zou moeten doorstaan. "Er werd veel afgetast. Elke man die we tegenkwamen, moest per se voelen wat er onder mijn kleren zat."
"Schiet hen dood"
Intussen openden rebellen het vuur, waardoor ze dekking moesten zoeken op de grond. "Je zag de kogels inslaan op de grond", aldus haar collega Anthony Shadid, tweevoudig winnaar van de Pulitzerprijs. "Ik hoorde in het Arabisch 'schiet hen dood' zeggen, op dat moment dacht iedereen dat we er aan waren. Tot een andere soldaat zei: 'Nee, het zijn Amerikanen. We mogen hen niet neerknallen.'"
De vier werden vastgebonden en geblinddoekt in een auto geduwd. Een van de kidnappers bleef tijdens de rit het hoofd van Addario strelen. "Dat deed hij zachtjes. Ziekelijk gewoon, want intussen zat hij constant te zeggen dat ik die avond zou sterven." Bij elk checkpunt dat ze nadien nog passeerden, kregen ze klappen van geweerkolven.
Urineren in fles
De eerste nacht bracht het kwartet op de achterbank van het voertuig door. Daarna werden ze naar een vuile cel gebracht, waar ze moesten urineren in een fles. Op de derde dag werden ze geblinddoekt op een vliegtuig naar Tripoli gezet. Op het schuiladres daar bleken de levensomstandigheden gelukkig iets beter. Drie dagen later volgde dan de vrijlating, met dank aan bemiddeling van de Turkse ambassade. Op dit moment worden nog dertien journalisten in Libië gevangen gehouden of vermist.
Vorige maand nog werd de Zuid-Afrikaanse CBS-reporter Lara Logan misbruikt toen ze de feestvreugde op het Tahrirplein in Caïro versloeg. Een groep vrouwen en Egyptische soldaten wisten haar uiteindelijk uit de hitsige meute te bevrijden. Bij haar terugkeer naar de VS had de moeder van twee kinderen verzorging in het ziekenhuis nodig. (svm)