Peiling: Amerikanen sceptisch over interventie in Syrië
De Amerikaanse bevolking staat volgens een bevraging sceptisch tegenover een Amerikaanse militaire interventie in Syrië. De helft van de bevraagden wijst een dergelijke operatie af, 42 procent is voor. Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde peiling voor televisiezender NBC.
Wat meer steun krijgt de Amerikaanse regering voor een beperkte aanval, die alleen het afvuren van kruisraketten vanaf oorlogsbodems zou omvatten. Daar kan 50 procent wel mee akkoord gaan, maar voor 44 procent is ook dat een brug te ver.
Aan de peiling hebben volgens NBC gisteren en eergisteren 700 mensen deelgenomen. Bijzonder zwaarwegend is de beoordeling bij de vraag of president Barack Obama voor een militaire interventie de toelating van het Congres moet krijgen. Liefst 79 procent van de bevraagden noemt dat een voorwaarde, slechts 16 procent vindt dat niet noodzakelijk.
Parlement terughoudend
Vele volksvertegenwoordigers en senatoren in Washington uitten zich terughoudend over een militaire tussenkomst. Tijdens een telefoonconferentie tussen regerings- en congresleden, waaraan ook minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en Defensieminister Chuck Hagel deelnamen, is de kritiek over de hoge kosten van een dergelijke operatie luid geworden, aldus de Amerikaanse media. Bovendien misten verschillende parlementsleden een zinvolle strategie met duidelijke doelen of concrete bewijzen voor de verantwoordelijkheid van het Syrische regime bij de veronderstelde gifgasaanval van vorige week.
Generaal bezorgd
Een aantal hoge Amerikaanse militairen vreest dat een aanval op Syrië als straf meer kwaad dan goed kan doen. De krant The Washington Post heeft vrijdag enkele hoge officieren veelal anoniem aan het woord gelaten. Ze zijn vooral bang dat de niet te voorspellen gevolgen van een aanval met kruisraketten de operatie dubieus maakt.
Het Witte Huis lijkt volgens hen geen duidelijke strategie te hebben voor de aanpak van de burgeroorlog in Syrië. De regering staat ambivalent tegenover president Bashar al-Assad. Als hij uit de weg wordt geruimd, kan dat de deur in Damascus openen voor jihadisten. Maar zonder duidelijke strategie is een aanval op zijn zachtst gezegd halfslachtig.
Geloofwaardigheid
Gordon Miller, een hoge militair bij het Centrum voor Nieuwe Amerikaanse Veiligheid, waarschuwt tegen de mogelijk verwoestende gevolgen, inclusief nieuwe gifgasaanvallen in Syrië en de mogelijkheid dat Israël in de oorlog wordt betrokken. En als er weinig gebeurt en Assad de bombardementen doorstaat, wordt de Amerikaanse geloofwaardigheid beschadigd.
De voorzitter van de generale staf, generaal Martin Dempsey vindt dat het gebruik van militaire kracht onderdeel moet zijn van een strategie gericht op een doel. Generaal buiten dienst James Mattis vraagt zich hardop af wat dat nu is. "Het is dus geen 'regime change' en als het een straf is, dan kan dat toch anders?"