Ravage in Syrië houdt aan: 31 doden tijdens bloedig weekend
Een bloedig weekend in Syrië. In het centraal gelegen Homs kwamen 29 mensen om het leven bij een bomexplosie. Het noordelijke Aleppo werd bestookt met vatenbommen (vooralsnog dertig doden) en in de hoofdstad Damascus kwamen twee mensen om het leven toen het Opera Huis werd geraakt door een mortier.
Helemaal wennen doe je er nooit aan, maar raar opkijken van een aanslag doe je na meer dan drie jaar burgeroorlog ook niet meer. Dat zegt Babars al-Talawy, een media-activist in Homs, een van de zwaarst bevochten steden in Syrië. Hij was er afgelopen weekend van een afstand getuige van hoe een raket in een munitiedepot landde en explodeerde.
"Ik woon naast een van de weinige veldhospitalen die nog operationeel zijn", vertelt hij. "Na zo'n aanslag is het altijd een drukte van jewelste. Veel toeterende auto's, paniek. De mensen die het zwaarst gewond zijn, worden op een brancard gelegd. Vervolgens zie je de onmacht bij de verplegers, die niet de juiste kennis en materialen in huis hebben om gewonden de behandeling te geven die ze nodig hebben. Vaak wordt dat ze fataal."
Bij de aanslag van afgelopen weekend kwamen 29 mensen om het leven, tientallen raakten gewond. Het dodental zal vermoedelijk nog oplopen omdat veel mensen worden vermist en gevonden lichaamsdelen nog geïdentificeerd moeten worden.
Volgens het Syrische staatspersbureau SANA was de aanslag overigens, anders dan al-Talawy meldt, het resultaat van een met explosieven volgeladen auto die tot ontploffing werd gebracht door een 'terrorist' (lees: een strijder van de oppositie). Onzin, zegt al-Talawy. "De aanslag vond plaats in het oude centrum van Homs. Dat is rebellengebied. Waarom zou een rebel een auto laten ontploffen in het gebied waar zijn eigen mensen wonen?"
Voedseltekort
In het belegerde centrum van Homs wonen nog zo'n 1.500 mensen. Ze kunnen geen kant op. Aan de randen van het gebied is een barrière opgetrokken in de vorm van checkpoints en frontlinies waar regeringstroepen en rebellen elkaar dagelijks bevechten. Tegelijkertijd is er het probleem van een chronisch tekort aan voedsel. "We zijn op onszelf aangewezen", aldus al-Talawy. "Dat betekent dat we zoveel mogelijk proberen onze eigen groenten te verbouwen. Maar in de praktijk komt het er ook op neer dat we alles op straat eten dat groen is en uit de grond komt zetten."
Vatenbommen
Niet alleen in Homs, ook in andere delen van Syrië was het afgelopen weekend onrustig. In het noordelijke Aleppo vielen (volgens bronnen binnen de oppositie) zo'n dertig doden door vatenbommen. Die worden al maanden door regeringsvliegtuigen boven wijken in rebellengebied uitgestrooid. De vatenbommen, die gevuld zijn met de springstof TNT, kunnen hele huizen wegvagen en hebben al honderden doden veroorzaakt.
Op Twitter en andere sociale media verschenen dit weekend schrijnende foto's en filmpjes van burgers die slachtoffer zijn van de aanvallen met vatenbommen. Bij een baby (zie de video, opgelet: schokkende beelden) zijn de benen grotendeels weggevaagd. De stompjes zijn in papier gewikkeld, in een poging om het bloeden te stoppen. Andere burgers, onder wie een aantal kinderen, liggen dood onder een laag as.
Mortier op Opera Huis
In de hoofdstad Damascus landde gisteren een mortier op het Opera Huis, dat in 2004 door president Bashar al-Assad werd geopend. Twee mensen kwamen om het leven, vijf raakten gewond. Een andere mortier kwam vlakbij de Russische ambassade terecht. Niemand werd geraakt. Dat was niet het geval in Douma, een buitenwijk van Damascus. Daar kwamen vijf burgers, onder wie drie kinderen, om bij luchtaanvallen.
Volgens het oppositionele Obervatorium van de Mensenrechten, dat vanuit Londen opereert, zijn regeringstroepen een campagne begonnen om strijders in de oostelijke wijken uit te schakelen.