"Salah Abdeslam huilde als een kind van twaalf"
Uit het verhoor van Hamza Attou, dat de krant Le Soir kon inkijken, blijkt dat niet alles volgens plan is verlopen voor Salah Abdeslam. "Hij was wanhopig en huilde als een kind."
De terrorist belde na de aanslagen in Parijs naar Hamza Attou en Mohammed Amri met de vraag om hem te komen oppikken. Zijn auto stond in panne in de Franse hoofdstad. Attou en Hamzi, beiden uit Molenbeek, gingen Abdeslam in de nacht van 13 op 14 november halen en brachten hem weer naar Brussel. Onderweg werden ze drie keer tegengehouden door de Franse politie maar ze mochten steeds doorrijden.
De getuigenis van Attou lijkt de hypothese te bevestigen dat niet alles volgens plan is verlopen voor Salah Abdeslam. Onderweg naar Parijs vroeg Attou aan zijn compagnon Amri of hij dacht dat Salah iets te maken had met het bloedbad in Parijs.
Zijn antwoord: "Hij klonk wanhopig, het was precies een kind van twaalf dat huilde aan de telefoon." Duidelijk nog steeds in paniek herhaalde de terrorist tijdens de rit naar Brussel verscheidene malen: "Breng me niet aan het wankelen."
De mannen zagen een Salah die niet op zijn gemak was en smeekte om hulp. "Hij weende en vertelde wat er gebeurd was", zei Attou. "Hij verklaarde dat hij achter de aanslagen zat en dat hij de tiende terrorist was."
Tijdens het traject klonk Salah ook mysterieus. "Ik ga me wreken", zei hij. "Ze zullen boeten voor de dood van mijn broer", voegde hij daaraan toe zonder verder in detail te treden.