Strengere regels over verkoop kunstmest in september op tafel
Het voorstel van de Europese Commissie om de verkoop van kunstmest aan banden te leggen, zal begin september opnieuw besproken worden. Dat hebben Europese bronnen laten verstaan, in de marge van een bijeenkomst van Noorse en Europese terreurexperts. Kunstmest is een basisingrediënt voor heel wat huisgemaakte bommen. Ook de Noorse extremist Anders Breivik maakte er gebruik van voor zijn bomaanslag in de regeringswijk van Oslo.
Eind vorig jaar heeft de Europese Commissie een voorstel op tafel gelegd om de verkoop van enkele chemische producten in te perken. Die worden momenteel op grote schaal gebruikt in allerhande huishoudproducten, zoals shampoos, detergenten en kunstmest. Het doel was om de beschikbaarheid van onder meer ammoniumnitraat en waterstofperoxide te begrenzen, om zo terroristen een hak te zetten.
Het voorstel verdween echter in een schuif bij gebrek aan overeenstemming met de lidstaten. In september zal het dan toch opnieuw opgediept worden. Europese bronnen benadrukken wel dat een evenwichtige regeling erg moeilijk blijft, omdat voor de betrokken chemische stoffen ook heel wat legitieme doeleinden voor bestaan.
Breivik moeilijk te stoppen
"Er is nood aan een doeltreffend en bruikbaar systeem", klonk het in de marge van een bijeenkomst met terreurexperten. De experten wouden zien hoe de expertise over terrorisme van de EU van dienst kan zijn voor Noorwegen. Tegelijk werden de huidige Europese instrumenten tegen het licht gehouden. Al benadrukten bronnen binnen de vergadering dat de aanslag van Breivik hoe dan ook "zeer moeilijk of zelfs onmogelijk te stoppen was".
Een ander belangrijk aandachtspunt is het radicaliseringsproces dat einzelgängers zoals Breivik tot hun daden aanzet, zonder dat ze aangesloten zijn bij een terreurnetwerk. Het is vitaal dat informatie wordt uitgewisseld.
Academische en praktische kennis
In september plant bevoegd eurocommissaris Cecilia Malmström daarom een voorstel voor een nieuw netwerk dat mensen moet linken die werken rond de oorzaken van radicalisering. Er is al heel wat academische kennis, maar het idee is om ook mensen uit de praktijk -die zelf in contact komen met dergelijke individuen- te betrekken. Zo wil men meer te weten komen over hints die in een vroeg stadium op radicalisatie kunnen wijzen. (belga/jue)