Syrië: minstens 135 doden bij driedaagse raid op Aleppo
Bij luchtaanvallen van het Syrische regeringsleger op rebellenwijken in de noordelijke stad Aleppo zijn sinds zondag al minstens 135 doden, onder wie tientallen kinderen, gevallen. Dat meldt de in het Britse Coventry gebaseerde ngo Syrisch Observatorium voor de mensenrechten gisteren. Ook gisteren blijven de luchtaanvallen doorgaan, al zijn daarbij voorlopig enkel gewonden gevallen.
Met het offensief hoopt het regime de sterke positie van de rebellen in vooral oostelijke wijken van Aleppo te breken. Op zondag, de eerste dag van het offensief, vielen met 76 doden de meeste slachtoffers. Onder hen waren 28 kinderen, aldus het Observatorium. Maandag vielen nog eens 20 slachtoffers, onder wie vier kinderen, aldus de ngo, die zich voor zijn info baseert op een breed netwerk in heel Syrië. Dinsdag maakten de bombardementen 39 slachtoffers, onder wie 8 kinderen. Of ook rebellen omgekomen zijn, meldt het Observatorium niet.
Bij de bombardementen maakt het leger, zoals wel vaker, gebruik van "explosieve tonnen". Volgens het Observatorium en de tegenstanders van het regime zijn die tonnen bekleed met beton en gevuld met TNT, "om zo maximale vernieling aan te richten".
Een bron dicht bij de Syrische veiligheidsdiensten ontkent het gebruik van zulke tonnen. Een andere bron meldt dan weer dat het leger die tonnen verkiest boven duurdere raketten. Voor de oppositie "tonen deze systematische raids op Aleppo aan dat het regime elke politie oplossing verwerpt".
Op 22 januari start in het Zwitserse Montreux een internationale vredesconferentie.