Syrische luchtaanvallen doden meer dan 200 burgers in tien dagen
Bombardementen uitgevoerd door de Syrische luchtmacht hebben de voorbije tien dagen minstens 221 burgerslachtoffers gemaakt. Een derde daarvan zijn kinderen, zo melden bronnen die de burgeroorlog in Syrië van nabij volgen.
De opgevoerde aanvallen van het leger van president Bashar al-Assad baren zijn tegenstanders zorgen. Ze vrezen dat Assad van de Amerikaanse luchtaanvallen op Islamitische Staat gebruikmaakt om elders in het land terrein te winnen.
Sinds 20 oktober voerde het Syrische leger minstens 769 aanvallen uit in verschillende regio's, zo meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten. Meer dan 500 mensen raakten daarbij gewond.
Volgens het observatorium, dat in Groot-Brittannië gevestigd is, waren de aanvallen voornamelijk gericht op de oostelijke provincie Deir al-Zor, Homs in het centrum van het land en ook enkele dichter bevolkte provincies in het westen, zoals Latakia, Quneitra, Hama, Aleppo, Idlib en Deraa. Ook de rand van Damascus werd gebombardeerd.
"Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten veroordeelt andermaal het blijvende stilzwijgen van de internationale gemeenschap omtrent de dagelijkse bloedbaden die het regime van Bashar al-Assad aanricht onder de Syrische bevolking", klinkt het.
Druk opgevoerd
De Syrische troepen hebben de militaire druk aanzienlijk opgevoerd sinds de door de Verenigde Staten geleide coalitie vorige maand met de luchtaanvallen tegen IS begon.
Damascus heeft nog niet tegen de sporadische luchtaanvallen op het grondgebied geprotesteerd. De meeste aanvallen hebben dan ook het oosten en het noorden van Syrië als doelwit, ver van de dichtbevolkte gebieden rondom de hoofdstad en de Middellandse Zeekust.
De VS laten weten niet de bedoeling hebben Assad met de luchtaanvallen te steunen.