Twijfel over VN-missie in Syrië groeit na opnieuw dag vol geweld
De twijfel over een succesvol verloop van de waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Syrië groeit. Leden van de oppositie meldden dat na elk bezoek van de waarnemers aan een stad of dorp een strafcampagne van het leger volgt. Vandaag zijn zeker 27 mensen om het leven gekomen op verschillende plaatsen in het land. Daarmee wordt het staakt-het-vuren van 12 april opnieuw gebroken.
Ook op de voorhoede van waarnemers die nu al in Syrië is, is kritiek. Op een internetforum meldden oppositieleden dat waarnemers tijdens een bezoek aan een stad hebben geweigerd lijsten met de namen van gevangenen in ontvangst te nemen.
"VN speelt met levens"
Bovendien beschuldigen oppositieleden de VN ervan dat ze met mensenlevens spelen door te wachten met het sturen van de volledige waarnemersmissie naar Syrië. Het duurt volgens de volkerenorganisatie nog zeker een maand, voordat honderd waarnemers voet op Syrische bodem zetten om toe te zien op het staakt-het-vuren. In totaal moeten er drienhonderd waarnemers komen.
VN-gezant Kofi Annan noemde de situatie in Syrië gisteren onacceptabel ondanks het staakt-het-vuren. Vooral de situatie in Hama is voor Annan niet te accepteren. Volgens berichten zouden regeringstroepen de stad zijn binnengetrokken, nadat de waarnemers weer waren vertrokken. Ze zouden een "aanzienlijk" aantal mensen hebben gedood.
27 doden
Vandaag zijn zeker 27 mensen om het leven gekomen bij geweld in het land. "Minstens vijftien mensen kwamen om en 70 anderen raakten gewond toen een raket insloeg in de buurt van Hama", meldt het Lokale Coördinatiecomité, dat geweld in het land in kaart brengt.
Volgens het staatsagentschap Sana viel een "gewapende terroristenbeweging" een ambulance aan van de Syrisch-Arabische Rode Halve Maan in Doema, een voorstad van Damascus. Een man zou daarbij omgekomen zijn. Nog volgens Sana sloegen regeringstroepen een aanval van rebellen af die vanuit Turkije het land wilden infiltreren. Een rebel werd daarbij gedood. Eerder op de dag lieten leden van de oppositie weten dat er tien doden gevallen waren in de voorsteden Doema en Harastra, en de noordelijke provincie Idlib, aan de Turkse grens.