Vlaming kruipt voor bijna elke verplaatsing in de auto
Voor al onze kleine verplaatsingen van 1 tot 3 kilometer nemen we in twee op de drie gevallen de auto. Ondanks alle campagnes voor 'groener' en duurzamer vervoer blijven we dus verslaafd aan de wagen. "Maar er is beterschap, vooral in de grote steden", zegt Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) vandaag in De Standaard en Het Nieuwsblad.
De supermarkt, het stadhuis, de bakker, ons werk: als ze verder liggen dan net achter de hoek van de straat waar we wonen, dan gaan we er met de auto naartoe. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar het verplaatsingsgedrag van de Vlamingen.
Verplaatsingen van minder dan 1 kilometer ver doen we nog in de helft van de gevallen te voet. Maar in meer dan een kwart van de gevallen doen we ook die al met de auto (als bestuurder of passagier). "En vanaf 1 kilometer neemt de auto de bovenhand", zegt Crevits.
Twee op de drie verplaatsingen tussen 1 en 3 kilometer doen we per auto, ofwel als passagier, ofwel als bestuurder. "De auto krijgt enkel bij verplaatsingen van boven de 40 kilometer wat concurrentie. Dan doen we één op de vijf verplaatsingen per trein. En dan carpoolen we ook veel meer", aldus Crevits.
In de grote steden is er beterschap. "In Antwerpen en Gent bijvoorbeeld wordt de auto het minst gebruikt. Antwerpenaren gebruiken voor woon-werkverkeer onder de 5 kilometer in 40 procent van de gevallen de fiets." Het fietsbezit in Vlaanderen ligt sowieso erg hoog. Elk gezin heeft er gemiddeld meer dan twee.