VN-rapport kernenergie: Iran en Noord-Korea zorgwekkend
Het in Wenen gevestigde Internationale Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) heeft vandaag in een nieuw rapport nogmaals zijn "bezorgdheid" uitgesproken over de Iraanse en Noord-Koreaanse kernenergieprogramma's. De nucleaire waakhond van de Verenigde Naties is naar eigen zeggen "zeer bezorgd".
Volgens de inschatting van het IAEA doet Iran nog meer moeite om de sporen weg te wissen van veronderstelde experimenten met kernwapens op het militaire complex van Parchin. Daarnaast weigert Teheran medewerking met de haast continu in Iran aanwezige IAEA-inspecteur en heeft Iran het aantal centrifuges in de ondergrondse site van Fordo sneller dan verwacht verdubbeld.
Atoombom?
Het door loodzware economische sancties getroffen Iran stelt het verrijkte uranium nodig te hebben voor het vervaardigen van medische isotopen. Als ondertekenaar van het NPT heeft Iran overigens het recht om uranium te verrijken. Israël en de Westerse landen beweren dat Teheran in het geniep aan een kernwapen werkt. Voor isotopen moet het uranium tot ongeveer 20 procent verrijkt worden, voor een kernwapen tot meer dan 90 procent.
Zorgwekkend
Wat Noord-Korea betreft, maakt het IAEA zich "grote zorgen" over de "significante vooruitgang" in het nucleaire programma. Pyongyang is sinds kort het jongste lid van het nucleaire clubje, waartoe naast de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad ook India, Pakistan en Israël behoren. Laatstgenoemde landen zijn geen ondertekenaar van het nucleaire non-proliferatieverdrag NPT. Noord-Korea wees in 2009 de inspecteurs van de IAEA de deur. Zij zijn nog steeds niet welkom in het stalinistische land.