"Bultrug Johannes had zeker gered kunnen worden"
Bultrug Johannes had zeker in zee teruggezet kunnen worden. Dat zeiden natuurbeschermers vandaag op een persconferentie in de Nederlandse stad Den Helder.
Zij wilden de afgelopen 24 uur de op het eilandje De Razende Bol bij het Waddeneiland Texel gestrande walvis redden. Onder hen zijn Lenie 't Hart en natuurorganisatie Sea Shepherd.
Volgens de natuurbeschermers ging het om een jong en relatief licht dier. 't Hart (oprichtster zeehondencentrum Pieterburen) en Sea Shepherdvoorman Geert Vons zeggen dat zij meermalen hun hulp hebben aangeboden, maar dat de overheid niet te vermurwen was. De overheid heeft zich door de verkeerde experts laten voorlichten, menen zij.
André van Gemmert, medewerker van 't Hart, en walvisdeskundige Laura Lanta van Aysma, zijn deze ochtend per boot naar de bultrug gevaren en constateerden dat het dier dood was. Zij zagen drie verdachte gaten in de rug van de walvis en vragen zich af of er monsters zijn genomen. Ook vertoonde het beest verwondingen aan de staart. De schipper van de boot heeft een proces-verbaal gekregen wegens het negeren van het gebiedsverbod.
Ooggetuigen hebben gemeld dat er gisteravond mensen bij Johannes zijn geweest. Zij hebben vanaf de dijk in Den Helder een schip en een rubberboot waargenomen, waarop zich vier "mannen in witte pakken" bevonden. Deze ploeg werd vanuit de lucht geassisteerd door drie helikopters die de plek waar de bultrug ligt met schijnwerpers hebben belicht, aldus de getuigen zondag. 't Hart en de haren vermoeden dat de mannen in witte pakken bij de bultrug zijn geweest voor een tweede euthanasiepoging.
Lenie 't Hart had vandaag zelf nog naar De Razende Bol willen varen om Johannes te zien. De boetes die op overtreding van het gebiedsverbod staat, zijn haar en potentiële schippers te hoog. De verzamelde bultrugbeschermers willen een rapport opstellen om de ervaringen met Johannes te evalueren. Dit rapport moet soortgelijke situaties in de toekomst helpen voorkomen.