Dolfijnen moeten 'roepen' naar elkaar om nog boven menselijke geluiden te komen
Dolfijnen beginnen naar elkaar te ‘roepen’ om de geluidspollutie, veroorzaakt door de mens, te overstemmen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de universiteit van Bristol. Dit lijkt te bevestigen dat menselijke geluidspollutie een negatieve impact kan hebben op dieren die in zee leven.
“In een heel lawaaierige pub gaan wij luider praten”, legt Pernille Sørensen uit, hoofdauteur van de studie, die gepubliceerd is in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Current Biology’. “Dolfijnen doen iets gelijkaardigs. Ze proberen ook te compenseren, maar er blijft miscommunicatie bestaan.”
Dolfijnen zijn sociale en intelligente dieren. Ze communiceren met fluit- en kliksignalen. Om te jagen en om zich te oriënteren maken ze gebruik van echolocatie: ze luisteren naar de echo van geluid dat ze zelf uitzenden naar een voorwerp om de locatie ervan te bepalen. Het lijkt dan ook niet onlogisch dat menselijke activiteiten als boringen en scheepvaart een negatieve impact zouden kunnen hebben op de gezondheid van dieren die in zee leven.
Wetenschappers van de universiteit van Bristol bestudeerden dolfijnen in gevangenschap en niet in het wild. Bleek dat wanneer er onder water veel lawaai afkomstig van de mens was, de dolfijnen het moeilijker kregen om met elkaar te communiceren en samen te werken. Ze begonnen dan te ‘roepen’ naar elkaar, maar zelfs dan bleef de communicatie lastig.
Proef in bassin
Twee dolfijnen, Delta en Reese, moesten samenwerken om allebei hun eigen onderwaterknop in te duwen binnen de seconde van elkaar. De knoppen bevonden zich aan beide uiteinden van een proefbassin. Ze werden beloond als ze de knoppen bijna gelijktijdig indrukten. Sommige mensen zouden moeite hebben om die opdracht tot een goed einde te brengen.
Bij iedere poging werden de dolfijnen losgelaten van een vertrekpunt, maar bij sommige pogingen werd een van de dieren vijf tot tien seconden langer vastgehouden. In die gevallen konden de dolfijnen zich enkel verlaten op vocale communicatie om het indrukken van de knoppen te coördineren. Wanneer er via luidsprekers onder water alsmaar luider lawaai klonk, gingen de twee dolfijnen dat compenseren door het volume en de duur van hun fluitgeluiden te verhogen. Ze gingen dus eigenlijk ‘roepen’ naar elkaar. Naarmate de geluidsniveaus toenamen, veranderden de dolfijnen ook hun lichaamstaal. Ze keerden zich meer naar elkaar toe en ze zwommen ook vaker naar de andere kant van het bassin om dichter bij elkaar te zijn.
Storend
Toch konden ze het lawaai niet volledig compenseren. Bij het zachtste achtergrondgeluid slaagden ze nog samen in 85 procent van de proeven, bij het luidste lawaai slonk de slaagkans naar 62,5 procent. De hoogste geluidsvolumes waren vergelijkbaar met het lawaai van scheepvaart en boringen in zee.
Heel wat organismen die in zee leven, zijn intussen gaan vertrouwen op geluid om zich te oriënteren, zich te voederen, te vermijden dat ze ten prooi vallen aan roofdieren en te communiceren. Maar de laatste decennia worden de natuurlijke onderwatergeluiden op sommige plaatsen gedomineerd door menselijke geluidsoverlast, afkomstig van scheepvaartverkeer, seismische exploratie, olieboringen en offshore windmolenparken. Dat zou onder meer een invloed kunnen hebben op het stranden van zeedieren, decompressieziekte en gedragsveranderingen. “Dezelfde redenen waarom dieren hun voordeel kunnen doen met geluid, maken hen ook gevoelig voor storend omgevingsgeluid”, aldus Sørensen.