Honingbijen brengen wilde broertjes in gevaar
De virussen die lelijk huishouden onder de honingbijen dreigen over te slaan op wilde bijen- en hommelvarianten, waarschuwen Britse wetenschappers. Ze pleiten voor maatregelen om rampzalige economische effecten te vermijden.
Bijen worden niet alleen geteeld vanwege de honing, maar ook als essentiële bestuiver van gewassen zoals tomaten of koolzaad. Maar de kolonies staan al jaren onder druk, onder meer van virussen die zich snel verspreiden.
Uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Exeter blijkt dat die virussen nu ook de overstap dreigen te maken naar de wilde neven van de honingbij, zoals solitaire bijen, zweefvliegen en vlinders. Dat vormt een ernstige bedreiging voor de voedselzekerheid, omdat ook die wilde soorten een belangrijke rol als bestuiver spelen.
De totale economische waarde van die bestuivende insecten, zowel geteelde soorten als wilde, wordt geschat rond 153 miljard euro per jaar. De wilde soorten lijden al onder een verlies aan habitat en pesticidengebruik, en de komst van nieuwe virussen kan economisch desastreuze gevolgen hebben, waarschuwen de onderzoekers.
"Uit onze studie blijkt het belang van voorzorgsmaatregelen om te vermijden dat besmette commerciële bijen in het wild terecht komen", zegt Lena Wilfert, hoogleraar Biowetenschappen aan de University of Exeter. "De ziektes die verspreid worden door de commerciële soorten, kunnen een brede waaier aan wilde insecten treffen. Dat kan vermeden worden door betere bewaking en beheer van de soorten. De commerciële imkers hebben de verantwoordelijkheid om de wilde soorten te beschermen."
Verspreiding kan vermeden worden door betere bewaking en beheer van de soorten. De commerciële imkers hebben de verantwoordelijkheid om de wilde soorten te beschermen
Mijt
Een van de belangrijkste oorzaken van de teloorgang van bijenkolonies is de Varroamijt, een parasiet die virale infecties helpt verspreiden. Van één van die virussen, het zogenaamde Misvormde Vleugel Virus, is een verband vastgesteld tussen het voorkomen bij gekweekte en wilde bijenkolonies.
Het is juist het sociale gedrag van bijen, hommels en sociale wespen die een snelle opmars van dergelijke virussen mogelijk maakt, zowel binnen de kolonie als tussen verschillende soorten.