Is er nog hoop voor de Afrikaanse olifant?
Wie de verhalen over ivoorstroperij volgt in de media, vraagt zich misschien af of de Afrikaanse olifant gedoemd is om uit te sterven. Wetenschappers zeggen dat er nog hoop is, maar dat er iets moet gebeuren voor er geen volwassen olifanten meer overschieten. Zonder volwassen dieren is de overlevingskans van de jongere dieren ook een pak kleiner.
Deze week berichtte de Amerikaanse krant The Washington Post dat in Kenia 638 stukken olifantenivoor ter waarde van 1,2 miljoen dollar onderschept werden. Twee weken geleden raakte bekend dat stropers een familie van elf olifanten uitgemoord hebben in het Keniaanse Tsavo East National Park. Sinds 1989 is het stropen van olifanten sterk verminderd, nadat de overheid de export van ivoor had verboden. De laatste tijd slaan stropers echter weer vaker toe, omdat in Azië de vraag naar ivoor weer toeneemt.
Chinese vraag
"China is 's werelds grootste aankoper van ivoor", legt wetenschapper Esmond Martin uit aan de Britse openbare omroep BBC. Martin bestudeert al tientallen jaren het illegale transport van ivoor. Op de Lekkimarkt in het Nigeriaanse Lagos vonden Martin en zijn collega's in 2002 4.000 stukken ivoor en in 2011 maar liefst 14.000. De ngo Save the Elephants ondervond een gelijkaardige stijging. Volgens hun onderzoek lopen volwassen olifanten momenteel meer kans om gedood te worden door mensen dan om een natuurlijke dood te sterven.
In 2000 waren er in de door de ngo onderzochte Keniaanse kudde 38 mannetjes ouder dan dertig jaar aanwezig, in 2011 waren dat er nog twaalf. In 2011 was ook de helft van alle dode olifanten vermoord door stropers.
Veerkrachtig
Olifanten hebben volgens het maandblad National Geographic in het verleden bewezen dat ze hun populatie opnieuw op peil kunnen krijgen na een zware crisis. Na het intense stropen in de jaren zeventig en tachtig vond er een kleine babyboom plaats bij de Keniaanse olifanten. De wetenschappers hopen alleen dat er nog niet te veel volwassen olifanten gedood zijn. Dat zou niet alleen slecht zijn voor het voortbestaan van de soort, maar ook voor de overlevingskansen van de jongere dieren. Die leren immers alles van de volwassen dieren.