Japanse walvisvangst overleeft enkel dankzij belastingbetaler
De Japanse jacht op walvissen is geen winstgevende industrie meer. Zonder de subsidies die via belastingen verzameld worden, zou er al geen sprake meer zijn van walvisjacht. Een studie maakte gegevens bekend van hoe de Japanse overheid miljoenen in de industrie pompt, terwijl de consumptie van walvisvlees blijft afnemen.
De jaarlijkse subsidies voor de walvisvangst bedragen meer dan zes miljoen euro. Tussen 1987 en vorig jaar zou de Japanse overheid naar schatting al zeker 238 miljoen euro aan walvisjagers gegeven hebben. Voorts wordt een deel van een budget voor visserij gebruikt om de Nisshin Maru, het belangrijkste schip van de walvisjagers, uit te rusten om nog zeker tien jaar actief te kunnen blijven. Jaarlijks woedt er een hevige strijd tussen de Japanse walvisjagers en de dierenactivisten van Sea Shepherd.
Ondanks de felle oppositie van Australië en Nieuw-Zeeland weigert Japan de walvisjacht op te geven. Dat komt vooral door de invloed van politici die de lokale vissersgemeenschappen willen beschermen. "En natuurlijk heeft de Japanse cultuur niet graag dat buitenlanders hen zeggen wat ze moeten doen", zegt Patrick Ramage, directeur van het walvisprogramma van de dierenorganisatie Ifaw. Volgens Japan is de walvisvangst om historische en culturele redenen noodzakelijk voor het land.
De lading walvisvlees die niet verkocht raakt, bedraagt tegenwoordig al 5.000 ton, ongeveer vier keer meer dan vijftien jaar geleden. In de jaren 60 was de vangst nog een bloeiende industrie, maar daar blijft vandaag maar één procent meer van over. "Door de toenemende welvaart en de modernisering hebben mensen geen geld meer over voor walvisvlees", stelt de studie. "Toch blijft het ministerie van Visserij miljoenen van de belastingbetaler gebruiken om een industrie te steunen die verdronken is."
Varken of kip
Professor Masayuki Komatsu wil dit onderdeel van de Japanse cultuur niet laten vallen. Hij stelt zelfs voor om jaarlijks nog meer walvissen te vangen, zodat de prijzen voldoende dalen om een nieuwe generatie klanten aan te trekken. "Voor de oudere Japanners is walvisvlees iets waarvoor ze al eens diep in hun geldbuidel willen tasten, maar jonge mensen kennen de smaak niet. Zij vinden het niet speciaal en kiezen voor talrijke andere proteïnebronnen. Japan moet daarom walvisvlees aan een betaalbare prijs aanbieden, zoals varkensvlees of kip. En daarvoor zal de vangst moeten stijgen."
Uit een rondvraag blijkt dat ongeveer 89 procent van de Japanse bevolking vorig jaar geen walvisvlees gekocht heeft.
Den Haag
De Internationale Walviscommissie (IWC) heeft in 1986 een moratorium op walvisvangst ingevoerd, maar een achterpoortje gaf Japan de mogelijkheid om jaarlijks tot duizend dwergvinvissen te blijven vangen. Volgens Komatsu moet Japan echter "minstens" duizend walvissen per jaar kunnen vangen. Momenteel keert de vloot iedere winter met slechts een fractie van hun quota terug van Antarctica. Dat heeft te maken met de hoge kostprijs en de inspanningen van Sea Shepherd om de Japanse walvisjagers het leven zuur te maken. Vorig jaar hebben ze hierdoor maar 300 walvissen gevangen.
Australië heeft Japan voor de walvisvangst voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag gesleept. Mogelijk zal er dit jaar een uitspraak komen. "De visserijsector in Japan gebruikt de internationale tegenstand om lokale steun te verwerven", zegt Ramage. "Maar ik geloof niet dat dit argument beter zal verkopen dan al het walvisvlees dat nu in de warenhuizen ligt. Wat de rechtbank ook beslist, er zal niets veranderen tenzij de beslissing in Tokio genomen wordt."
Als alternatief voor de lokale economie in Japanse vissersdorpen stelt het rapport van Ifaw voor om toeristen te lokken die willen betalen om walvissen te zien.