Opnieuw landbouwverbod voor 'slechtste boeren van het land'
De Brusselse correctionele rechtbank heeft opnieuw een koppel veehouders uit Pepingen het verbod opgelegd om dieren te houden en een landbouwactiviteit te exploiteren. Al jaren lang verwaarlozen ze hun koeien, schapen en runderen door hen amper voedsel of drinken te geven en hen op te sluiten in stallen waar ze amper kunnen rechtstaan.
Het probleem met het veehouderskoppel sleept al jaren aan. De eerste vaststellingen van dierenverwaarlozing dateren van 2005 en gaven aanleiding tot een eerste veroordeling, waarbij een levenslang verbod op het houden van dieren werd opgelegd. Na verschillende inspecties door het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid en de Inspectie Dierenwelzijn tussen 2006 en 2013 kwam het tot een tweede proces, dat nog loopt voor het Brusselse hof van beroep. In dat proces legde de correctionele rechtbank in mei 2014 geldboetes van 30.000 euro en een nieuw verbod op het houden van dieren op.
Bij controles tussen 2014 en 2016 stelden dezelfde agentschappen echter opnieuw inbreuken op het dierenwelzijn vast. Zo kregen dieren onvoldoende te eten en te drinken, werden ze ondergebracht in donkere stallen zonder voldoende stro en leden ze aan schurft. Het verbod om dieren te houden had het koppel omzeild door te doen alsof de dieren eigendom waren van de ouders van de vrouw. Ook die mensen werden nu veroordeeld tot boetes van 3.000 euro en zij mogen gedurende een jaar geen dieren houden.
De kinderen werden ook vervolgd voor hormonenbezit, maar werden daarvoor vrijgesproken. Vijf andere verdachten kregen wel geldboetes van 3.000 tot 18.000 euro.