Vachtegel dan toch niet uitgestorven in Australië?
De vachtegel is een cloacadier dat enkel in Nieuw-Guinea voorkomt. Dat dacht men tenminste, tot voor kort. Mogelijk komt de bijzondere, bedreigde diersoort ook nog in Australië voor.
Minstens één vachtegel, een ondersoort van de mierenegel, werd in Australië gevonden in 1901. Het dier werd geschoten, opgezet en naar het Natural History Museum in Londen verscheept. Daar werd het een eeuw lang vergeten. Tot nu, omdat Aboriginals recent de vachtegel opnieuw hebben gespot op Australisch grondgebied.
De vachtegel is een primitief zoogdier van de orde van cloacadieren (monotremata), waartoe ook het vogelbekdier behoort. Ze leggen eieren, zoals reptielen, maar zogen hun kleintjes. Dat maakt hen heel bijzonder. Al in het Triastijdperk (van 248 miljoen jaar tot 206 miljoen jaar geleden) zouden ze zich van de klasse van de zoogdieren verscheiden hebben.
De gewone vachtegel (met kortere bek) en het vogelbekdier komen nog wél voor in Australië. Maar de grootste monotreem, de vachtegel met langere bek, werd verondersteld uitgestorven te zijn in Australië sinds de laatste ijstijd zo'n 30 à 40.000 jaar geleden, toen Australië en Nieuw-Guinea nog één continent vormden. De bijzondere mierenegel was in principe dan ook nog enkel te vinden in de regenwouden van Nieuw-Guinea. Vachtegels kunnen tot negen kilo wegen en worden beschouwd als een erg bedreigde diersoort.
Maar de Amerikaanse onderzoeker Kristofer Helgen botste in Londen in het Natural History Museum op de opgezette vachtegel die in 1901 doodgeschoten werd bij Mount Anderson in Australië.
Helgen trok er met collega's op uit naar de streek van West Kimberley in Australië waar Aboriginals wonen. Sommigen bleken de vachtegel ook nog recent gespot te hebben. De vachtegel beweegt zich voornamelijk 's nachts en is uiterst moeilijk aan te treffen in zijn natuurlijke habitat. Ook in Nieuw-Guinea. Ze mijden de mens en bij het minste gevaar spinnen ze zich op tot een rare stekelbal.
Mocht het kloppen dat de vachtegel nog altijd in Australië rondwaart, dan geeft dat ook helemaal andere inzichten in de evolutie van de soort. Het regenwoud in Nieuw-Guinea is immers een totaal ander terrein dan het rotsachtige, droge kreupelhout van de Kimberley.