"UCI heeft geen positieve test van Armstrong verborgen"
De Internationale Wielerunie UCI heeft in de Ronde van Zwitserland van 2001 geen positieve test van Lance Armstrong ongedaan gemaakt. Dat blijkt uit het labo-rapport dat Het Nieuwsblad kon inkijken. De plas van de Amerikaan stond wel omschreven als hoogst verdacht, maar was officieel negatief.
Floyd Landis en Tyler Hamilton, ex-ploegmaats van Armstrong, verklaarden eerder dat de UCI de positieve test van Armstrong hielp wegmoffelen, maar de UCI heeft dat altijd ontkend. In het USADA-rapport, het document dat het jarenlange dopinggebruik van de Texaan blootlegde, stond echter letterlijk dat de UCI in 2001 een positieve test ongedaan maakte.
UCI-voorzitter Pat McQuaid stuurde daarop een brief naar het WADA, met ingesloten de officiële labo-documenten over de plas. Daaruit bleek dat Armstrong ei zo na positief testte. De urinetest op doping was toen nog relatief nieuw en Armstrong zat net onder het percentage dat als positief beschouwd werd. De directeur van het labo in Lausanne voegde wel de vermelding 'hoogst verdacht op de aanwezigheid van recombinant epo' aan het resultaat van Armstrong toe.
De krant meldt vandaag eveneens dat de Texaan tijdens de Tour van 1999 vier keer positief testte op corticosteroïden. Dat blijkt uit een interne nota van UCI-advocaat Philippe Verbiest. Armstrong kwam weg met de positieve plas omdat ploegarts Luis Garcia Del Moral een certificaat voor een zalf tegen zadelpijnen antidateerde. Verbiest wees erop dat de test op corticosteroïden gloednieuw was, dat renners als bond er weinig vertrouwd mee waren en dat de aangetroffen hoeveelheden minimaal waren.