Aantal leefloners stijgt fors
Het aantal uitgekeerde leeflonen is in de eerste acht maanden van 2013 met 3,1 procent gestegen in vergelijking met heel het jaar 2012. Daarmee neemt het aantal leefloners nog steeds sneller toe dan voor de crisis: in de periode 2003-2008 lag het gemiddelde jaarlijkse stijgingspercentage immers op 2,3 procent. Dat heeft de programmatorische overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie bekendgemaakt op een persconferentie.
In 2012 werden maandelijks gemiddeld 95.352 leeflonen uitgekeerd. In de eerste acht maanden van 2013 liep dat aantal op tot gemiddeld 98.213. Dat is liefst een derde meer dan tien jaar geleden. Na een lichte stabilisering in 2011 en 2012 neemt het aantal leefloners opnieuw sneller toe. Dat is enerzijds te wijten aan "de gevolgen van de crisis" en anderzijds aan "de wijziging van de arbeidsmarkt". Uitzonderlijk hoge stijgingspercentages lijken evenwel tot het verleden te behoren. In 2009 en 2010 nam het aantal leefloners respectievelijk nog toe met 9,8 en 4,8 procent.
Jongeren (18-24 jaar)
De zwaarst door de crisis getroffen groep zijn jongeren. Het percentage jongeren (18-24 jaar) dat een leefloon krijgt, is met 5,8 procent een stuk meer gestegen dan de globale stijging van 3,1 procent. Een derde van het aantal leefloners zijn inmiddels jongeren, terwijl ze maar 10 procent van de totale bevolking uitmaken.
Verklaringen voor de nieuwe stijging van het aantal leefloners, na twee jaren van stabilisering, zoekt de POD in de slechte conjunctuur en een transfer van werkloosheid naar leefloon. "België heeft de crisis in een eerste fase goed doorstaan, onder meer door de maatregel van tijdelijke werkloosheid. We zien echter dat deze steeds meer omgezet wordt in definitieve werkloosheid", zegt de POD daarover.