ACV: "Eenheidsstatuut heeft amper effect op loonkost"
Een geharmoniseerd statuut tussen arbeiders en bedienden in ons land, met een opzeg van één maand per begonnen dienstjaar en het afschaffen van de carensdag, zou slechts een effect op de loonkost hebben van +0,12 procent. Dat berekende de christelijke vakbond ACV als reactie op de dramatische cijfers die werkgevers de afgelopen weken lanceerden.
De vakbond erkent dat bepaalde sectoren effectief met een grotere meerkost zullen geconfronteerd worden, maar daartegenover staan ook terugverdieneffecten voor andere sectoren. "De verschillen zouden kunnen worden opgevangen met een solidariteitsmechanisme", luidt het.
Er resten nog ongeveer zestig dagen, tot 8 juli, voor er in het dossier arbeiders-bedienden een oplossing moet worden gevonden. Na die datum kan iedere arbeider die zich gediscrimineerd voelt naar de rechter stappen om compensatie te eisen. Omdat het overleg tussen de sociale partners niets opleverde, heeft de federale regering het dossier naar zich toe getrokken. Maar op het middenveld groeit de zenuwachtigheid, vooral de werkgevers waarschuwden recent voor een explosie van de loonkosten in heel wat sectoren.
Fout en onderschat
Het ACV, dat voorstander is van een evenwichtige oplossing, zet in het debat de puntjes op de i, zich beroepend op cijfers van de RSZ en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Een extra loonhandicap van 2 à 4 procent zoals het VBO beweert, klopt niet volgens de vakbond. "Men heeft daarvoor enkel rekening gehouden met de situatie in een tiental bedrijven met een zeer hoog aantal arbeiders, met een relatief lange loopbaan en een hoog aantal ontslagen", aldus nationaal secretaris Mathieu Verjans. "Het is foutief dat voor te stellen als de gemiddelde loonkoststijging voor de hele Belgische economie."
De christelijke vakbond wijst erop dat de gemiddelde anciënniteit van een ontslagen arbeider momenteel twee jaar en negen maanden is, dat een meerderheid van de huidige werknemers (60 procent) een bediendecontract heeft en bij de resterende arbeiders nog eens de helft kan genieten van een hogere opzegvergoeding via een sector- of bedrijfscao. "Dus doen alsof alles zal wijzigen, is niet correct. De werkgevers overschatten in hun berekening de anciënniteit fors en ze vertrekken van de hypothese dat elk jaar alle werknemers tegelijk zouden worden ontslagen", aldus Verjans.
Eigen voorstel
Het ACV kwam zelf al met een voorstel voor een geharmoniseerd statuut arbeiders-bedienden. Daarin is onder meer sprake van het afschaffen van de carensdag. Dit zou de loonkost in België met 70,8 miljoen (0,05 procent van de loonmassa) doen stijgen. Bij de arbeiders is er een meerkost, terwijl de loonkost voor bedienden zou verlagen. "Daarbovenop komen ook 70,9 miljoen euro extra inkomsten voor de sociale zekerheid, die eventueel ingezet kunnen worden om de loonkost voor arbeiders te temperen", luidde het maandag. Het ACV-voorstel van een vooropzeg van één maand per begonnen dienstjaar, zou dan weer een effect hebben van 0,07 procent op de loonkost. Er zijn wel grote verschillen per sector en die zou het ACV willen compenseren door een solidariteitsmechanisme of door het "heroriënteren" van de ontslaguitkering en belastingvrijstelling.
De christelijke vakbond zegt de voorbije weken nog geen teken van leven te hebben gekregen van de federale regering, maar ze hoopt wel op een oplossing tegen 8 juli. Het laten aanslepen van het dossier, om uiteindelijk de werkgevers op de knieën te dwingen, is volgens het ACV geen goed idee. "Dit bemoeilijkt een evenwichtig akkoord en de onzekerheid is ook gewoon slecht voor de economie", luidt het. Ook een wijziging van de grondwet vindt de vakbond onaanvaardbaar.