ArcelorMittal: "De bedreigde vestigingen zijn niet te koop"
Het plan om te zoeken naar een overnemer voor de bedreigde Luikse vestigingen van ArcelorMittal heeft een stevige knauw gekregen. Bij ArcelorMittal willen ze helemaal niks verkopen.
De grote verklaringen ten spijt - eerst van premier Di Rupo, nadien van de vakbonden, en dit weekend ook nog van de liberale vicepremier Didier Reynders - lijkt het idee om voor de bedreigde vestigingen van ArcelorMittal in Luik een overnemer te zoeken vrij onrealistisch te zijn geworden. ArcelorMittal gaf het plan de doodsteek door - zo schrijft de krant De Standaard - het standpunt te herhalen dat de verkoop van de Belgische bedrijfsonderdelen niet overwogen wordt. "We hebben dat standpunt in oktober 2011 ingenomen (bij de sluiting van de hoogovens), en sindsdien zijn er geen wijzigingen. We zijn niet van plan iets te verkopen, ook niet aan de overheid."
De Waalse overheid had volgens de krant La Libre Belgique nochtans al een miljoen euro vrijgemaakt om een consultant of een zakenbank opdracht te geven een overnemer zoeken. Bovendien waart hier en daar het idee rond om de bedreigde Luikse sites gewoon de 'nationaliseren'. Reynders dropte die knuppel zaterdag nogmaals in het hoenderhok, waarop Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten het idee meteen afschoot.
Verplichten?
De weigering van ArcelorMittal om te verkopen ten spijt, heeft de PS nog een troefkaart achter de hand. De Franstalige socialisten pleiten voor een "procedure Arcelor" die grote ondernemingen verplicht om een overnemer te zoeken voor een levensvatbare vestiging die ze willen sluiten. De partij wil de handelsrechtbank bevoegd maken voor het onderzoeken van aanbiedingen van mogelijke overnemers. Als de onderneming niet wil ingaan op een goede aanbieding, zou de overheid eigenaar kunnen worden. De strijd is dus nog niet helemaal gestreden...