Brief aan een verguisd kapitein
Gilles de Coster presenteert De ochtend op Radio 1. Zijn column verschijnt tweewekelijks op donderdag.
Geachte Franceso Schettino,
in alle eerlijkheid, ik heb met u te doen. En behalve uw moeder Rosa en, als u er eentje heeft, ook uw hond, zal ik zo ongeveer de enige zijn. U hebt na een monumentale stommiteit (voorlopig) zestien doden op uw geweten en daar moet u mee verder, ik vraag me af hoe u dat doet. Voor altijd bent u de kapitein die zijn zinkend schip verliet, voor alles en iedereen bent u de baarlijke duivel, staatsvijand nummer één. In Italië, en in de rest van de wereld. Uw rederij liet u vallen als een baksteen, u wordt zelfs hier en daar gelinkt met de maffia, maar dat kan ook te maken hebben met dat kapsel van u.
Natuurlijk hebt u het zelf gezocht, dat bent u het vast met me eens. Afwijken van de vaarroute, dat was al niet bijster slim. Maar het schip achterlaten en dan zeggen dat u per ongeluk in een reddingsboot bent gestommeld, nou, nee. Dat gelooft geen hond, zelfs niet die van u.
En toch, terwijl de hele wereld u verwenst en verguist, heb ik met u te doen. Ooit, in betere tijden, gaf u eens een interview waarin het ging over scheepsrampen. Weet u nog? "Vergelijk het met vliegtuigongelukken. Iedereen denkt dat dat alleen maar anderen overkomt. Mensen vergeten dat soort tragedies snel." Snel? Daar vrees ik wat voor, kapitein.
De klankopnames tussen u en de Italiaanse kustwacht zijn wellicht het beklijvendste wat we dit jaar zullen horen en zien. "Vada a bordo, cazzo!", het zal moeilijk te overtreffen zijn. Niet meteen iets wat mensen snel zullen vergeten. Ook al omdat u, nog even toch, in het middelpunt van de persbelangstelling staat. Met uw uitspraken die, zoals we hierboven al overeenkwamen, niet zo snugger waren. Maar ook met allerhande insinuaties die bij grote rampen traditioneel hun opwachting maken na enkele dagen. Zo las ik dat u "naar verluidt" de kajuit deelde met dames van lichte zeden, en dat u "mogelijk" een glas had gedronken die avond. Van enige bevestiging voorlopig geen spoor. De zou-journalistiek, bij ellende altijd op de eerste rij, viert haar perfide lusten bot op uw vege lijf.
U hebt bovendien de brute pech dat ons collectief geheugen in deze tijden digitaal gevoederd wordt, de klok rond nog wel. Er is geen ontkomen aan de honderden Facebookgroepen over Captain Coward, en uw kwade medeburgers klikken en liken dat het een lieve lust is. Mensen lopen zelfs rond in T-shirts met fragmenten uit uw gesprek met de kustwacht, en wensen u naar de hel. Maar er zijn ook groepen die u steunen. Mensen die het voor u opnemen, zoek dat maar op. Of neen, wacht, misschien laat u Facebook best links liggen.
De moderne schandpaal is nog lelijker dan de echte, vroeger. Toen moest je iemand nog in de ogen kijken om hem in de bek te spuwen. We verwijten u een lafbek te zijn, maar vinden dat verwaand en lekker knus van achter ons toetsenbord. En zélf zouden we, in acute nood, uiteráárd trots en met geheven hoofd ten onder gaan met ons schip, de ijskoude dood zachtjes tegemoet. Dat is wel zeker! In alle eerlijkheid: ik wil mezelf wel eens zien op een zinkend schip in de winternacht. Tegenover u durf ik dat wel zeggen, kapitein. Zoveel helden kunnen er nooit zijn.
Maar misschien vindt u dat allemaal zo erg niet. U zit gewoon thuis met huisarrest, ik vermoed dat u een en ander al hebt gelezen en aangeklikt. Misschien buigt u het hoofd en aanvaardt u die vele verwensingen, en beseft u ook wel dat u niet de moedigste van de hoop bent. Het kan niet anders of u zit met een verpletterend schuldgevoel, iets waar ik me nauwelijks iets bij kan voorstellen. Zestien levens op je geweten hebben, mogelijk en wellicht zelfs meer, hoe draag je zoiets?
Ik denk dezer dagen vaak aan David Lewry en Mark Stanley. Kent u die nog? Zij voeren ooit met hun ferry van Oostende naar Dover. De Herald of Free Enterprise, ja. Dat schip is ook gekapseisd, door een fout van bootsman Mark Stanley die de deuren had laten openstaan, en van zijn kapitein David Lewry die was vertrokken zonder dat te beseffen. Zij leven al 25 jaar met 193 doden op hun geweten. Honderd drieënnegentig! Kapitein Lewry, gebroken door het ongeluk, liet achteraf optekenen dat "de herinnering aan die avond hem tot het einde van zijn leven zou blijven achtervolgen". Hij was 46 toen het gebeurde, Mark Stanley amper 28. Nog een heel leven te gaan dus, met zo'n besef. Uzelf bent er 52, en het worden nog lange jaren, kapitein. Dat weet u zelf ook wel.
Maar kijk: de namen David Lewry en Mark Stanley zeiden u niks. Ooit zal u het vogelvrij bestaan dus achter u kunnen laten. Intussen zal u uw straf moeten aanvaarden, voor de kapitale fouten die u hebt gemaakt, en zal u wellicht blijvend denken aan zij die hun leven verloren, dertien dagen geleden. Dat bent u hen wel verschuldigd. In alle eerlijkheid: de hel wacht, kapitein. Maar ooit stopt de heksenjacht. Vermoedelijk.