Brussels Airport goudhaantje van luchtvaart in 2011
Brussels Airport was in 2011 het goudhaantje van de luchtvaart. Het haalde een nettomarge van 18 procent. Van zo'n rendabiliteit kunnen Brussels Airlines, de afhandelaars Flightcare en Aviapartner, de cateringbedrijven, Snecma en Sabena Technics slechts dromen.
De luchtvaartsector staat voor 2 procent van de Belgische economie, blijkt uit een recente studie van de Nationale Bank. Direct en indirect tekende hij in 2009 voor meer dan 80.000 voltijdse banen.
Maar dat betekent volgens De Tijd niet dat elk luchtvaartbedrijf florissant is en mooie rendementen neerzet. De nationale luchthaven laakt de oneerlijke concurrentie van Charleroi en klaagt over het chaotische beleid in ons land inzake geluidsnormen. Maar Brussels Airport, in handen van Canadese pensioenfondsen, Australische infrastructuurvehikels en de Belgische staat, was vorig jaar toch weer een goudhaantje. Brussels Airport haalde in 2011 een ebit (bedrijfswinst) van 154 miljoen op 387,5 miljoen euro omzet, de nettomarge steeg naar 18 procent.
Winst Flightcare
Een rendabiliteit waar zijn grootste klant, Brussels Airlines, en twee van zijn grootste concessiehouders, de afhandelaars Flightcare en Aviapartner, slechts van kunnen dromen. Enkel Flightcare kon een kleine winst boeken.
De luchthaven zal het fel ontkennen, maar ze dankt die mooie winst onder meer aan haar feitelijk monopolie. Brussels Airlines is voor de ontwikkeling van zijn netwerk immers met handen en voeten aan Brussels Airport gebonden. Maar de luchtvaartmaatschappij moet in haar tariefbeleid dan weer rekening houden met de felle concurrentie. Bovendien heeft Brussels Airlines als enige in de luchtvaartketen last van de hoge olieprijzen.