Een op de vijf actieve Belgen doet aan thuiswerk
20,8 procent van de 4,3 miljoen werkenden in ons land deed in 2012 in minder of meerdere mate aan thuiswerk. 269.400 (6,1 procent) mensen werkten altijd thuis, 143.900 (3,3 procent) gewoonlijk en 494.000 (11,3 procent) soms. Dat blijkt uit resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) die Vlaams minister Geert Bourgeois citeert in antwoord op een schriftelijke vraag van Güler Turan (sp.a).
De resultaten, die overigens zowel op loontrekkenden als zelfstandigen slaan, verschillen weinig per gewest. Het aandeel thuiswerk in Vlaanderen bedraagt 21,1 procent, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 23 procent en in Wallonië 19,6 procent. In Vlaanderen werkt 6,2 procent altijd thuis, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat 5,9 procent en in Wallonië 6,1 procent.
Opgesplitst naar provincies scoren Waals- (29,6 procent) en Vlaams-Brabant (25,2 procent) het hoogst en Limburg (17,6 procent) en Luik (14,6 procent) het laagst. Opgesplitst naar sectoren vallen in Vlaanderen de hoge percentages op voor landbouw, bosbouw en visserij (56,4 procent), onderwijs (50,4 procent), exploitatie van handel in onroerend goed (49,6 procent), vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten (43 procent), niet toevallig bijna steeds sectoren waar vele zelfstandigen actief zijn.